ECLI:NL:GHARN:2000:AA6945

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
28 juni 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
98/2411
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. Lamens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Wet waardering onroerende zakenArt. 18 Wet waardering onroerende zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde woning na bezwaar belanghebbende

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking van 31 maart 1997, waarin de waarde van zijn woning per 1 januari 1995 was vastgesteld op ƒ220.000. De ambtenaar van de gemeente P had een taxatierapport overgelegd ter onderbouwing van deze waarde. Belanghebbende had geen eigen taxatierapport of gelijkwaardige gegevens overgelegd.

Tijdens de mondelinge behandeling op 14 juni 2000 probeerden partijen een compromis te bereiken, maar bleven verdeeld over een verschil van ƒ1.000; de ambtenaar hield vast aan ƒ220.000, belanghebbende stelde ƒ219.000 voor. De taxateur die ter zitting verscheen kon niet aannemelijk maken dat de waarde ƒ220.000 moest zijn gezien de gebruikelijke marges bij waardebepalingen.

Het Hof oordeelde dat de waarde van de woning per 1 januari 1995 moet worden verminderd tot ƒ219.000. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard en de bestreden uitspraak vernietigd. Daarnaast werden de proceskosten van belanghebbende vastgesteld op ƒ30 en de ambtenaar veroordeeld deze kosten, evenals het betaalde griffierecht van ƒ80, te vergoeden.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot ƒ219.000 en de bestreden uitspraak vernietigd.

Uitspraak

nw
Gerechtshof Arnhem
zesde enkelvoudige belastingkamer
nr. 98/2441
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : X
te : Z
ambtenaar : het hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente P
aangevallen beslissing : uitspraak van 23 april 1998 op bezwaar
WOZ-beschikking : d.d. 31 maart 1997
peildatum/tijdvak : 1 januari 1995/1 januari 1997 tot en met 31 december 2000
mondelinge behandeling : op 14 juni 2000 te Arnhem door mr. Lamens, raadsheer, in tegenwoordigheid van Wagener als griffier
waarbij verschenen : belanghebbende en de ambtenaar
Gronden:
1 De waarde van de onderhavige onroerende zaak - het tot woning dienende pand a-straat 1 te Z - wordt bepaald op de waarde die aan deze onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Daarbij geldt als waardepeildatum 1 januari 1995 (artikelen 17 en 18 van de Wet waardering onroerende zaken, hierna: de Wet).
2. De ambtenaar heeft ter ondersteuning van zijn standpunt een taxatierapport overgelegd. Volgens dit rapport is de waarde van de onroerende zaak beoordeeld naar het prijspeil op 1 januari 1995 ƒ 220.000.
3. Belanghebbende heeft van zijn kant geen taxatierapport of gegevens van gelijk gewicht overgelegd.
4. Uit de stukken blijkt, dat partijen voorafgaand aan de mondelinge behandeling van het beroep hebben geprobeerd een compromis te bereiken over de tussen hen in geding zijnde waarde, maar dat deze poging op een verschil van ƒ 1000 is stukgelopen: de ambtenaar heeft volhard bij de door hem bij de bestreden uitspraak verminderde waarde tot ƒ 220.000, waar belanghebbende een waarde van ƒ 219.000 voor ogen is blijven staan. Partijen hebben ter zitting hun wederzijdse standpunt, uitkomend op evenvermeld verschil, wederom bevestigd.
5. De ter zitting verschenen taxateur heeft het Hof desgevraagd meegedeeld, dat zij niet aannemelijk kan maken dat de waarde - gelet op bij waardebepalingen als deze nu eenmaal onontkoombaar in acht te nemen marges niet ƒ 219.000 maar wel ƒ 220.000 zou moeten bedragen.
6. Het hiervoor onder 4. en 5. overwogene brengt het Hof tot het oordeel, dat de waarde van belanghebbendes woning per 1 januari 1995 moet worden verminderd tot ƒ 219.000.
7. Het beroep van belanghebbende is gegrond. De uitspraak waarvan beroep moet derhalve worden vernietigd.
Proceskosten
Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten fiscale procedures te berekenen op ƒ 30 aan reis- en verblijfkosten.
Beslissing:
Het Gerechtshof
vernietigt de bestreden uitspraak.;
vermindert de bovenvermelde waarde tot ƒ 219.000;
veroordeelt de ambtenaar in de aan de zijde van belanghebbende opgekomen proceskosten tot een bedrag van ƒ 30, te vergoeden door de gemeente P;
gelast de ambtenaar aan belanghebbende het door deze betaalde griffierecht ad ƒ 80 te vergoeden.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2000 door mr. Lamens, raadsheer, lid van de zesde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van Wagener als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(N.Th. Wagener) (J. Lamens)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 4 juli 2000
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak het Gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Van de verzoeker wordt een griffierecht van ¦ 150,-- geheven.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het Gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.