ECLI:NL:GHARN:2000:AA6941
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete motorrijtuigenbelasting wegens niet-tijdige betaling ondanks niet-ontvangen rekening
Belanghebbende was houder van een personenauto met kenteken AA-11-BB en werd aangeslagen voor motorrijtuigenbelasting over de periode 12 augustus 1998 tot en met 11 november 1998. De Inspecteur stelde dat belanghebbende een rekening met acceptgirokaart had ontvangen op een adres te Z, maar belanghebbende betwistte ontvangst en voerde aan dat het risico van niet-ontvangen rekening niet bij haar mocht liggen, mede vanwege het beginsel van hoor en wederhoor.
Het hof oordeelde dat de belastingplichtige altijd verantwoordelijk is voor tijdige betaling, ongeacht of de rekening is ontvangen. De wettelijke betalingsverplichting begint bij aanvang van het tijdvak, en de Inspecteur had een uiterste betaaldatum van 9 september 1998 gehanteerd. Het niet ontvangen van de rekening ontslaat belanghebbende niet van haar betalingsverplichting.
Verder stelde de Inspecteur dat sprake was van een derde verzuim, waarop belanghebbende aanvoerde dat eerdere verzuimen betrekking hadden op een andere auto en dat er geen kwade opzet was. Het hof verwierp dit en stelde dat verzuimen worden toegerekend aan de houder, ongeacht het voertuig, en dat kwade opzet niet vereist is voor het opleggen van een boete.
De boete van ƒ 100,- werd niet gematigd. Het hof wees een kostenveroordeling af en bevestigde de uitspraak van 28 december 1998. De mondelinge uitspraak werd gedaan door raadsheer De Kroon op 3 juli 2000.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de boete voor niet-tijdige betaling van motorrijtuigenbelasting ondanks het niet ontvangen van de rekening.