ECLI:NL:GHARN:2000:AA6657
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- T.J. Matthijssen
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over verliesvaststelling en vordering in fiscale eenheid
Belanghebbende, vennoot in een vof, maakte bezwaar tegen de vaststelling van het verlies over 1995 en het daarbij behorende belastbare inkomen. De inspecteur had het verlies vastgesteld op ƒ 21.479 en het belastbare inkomen over 1992 nader vastgesteld. Belanghebbende voerde aan dat de vordering op B BV, ingebracht in de vof, als ondernemingsvermogen moest worden beschouwd en het verlies daarop als ondernemingsverlies kon worden afgetrokken.
Het hof stelde vast dat de vordering op B BV voortkwam uit een compromis waarbij B BV afzag van compensabele verliezen en de aandeelhouders een vordering ontvingen die op dat moment economisch geen waarde had. De vordering was aanvankelijk privévermogen en kon niet zonder meer als ondernemingsvermogen worden aangemerkt. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de vordering bij inbreng in de vof in 1993 enige waarde had.
Het hof oordeelde dat het compromis niet uitsloot dat een fiscaal relevant ondernemingsverlies kon ontstaan door waardedaling, maar dat de waarde van de vordering nihil was bij inbreng. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de inspecteur zich niet ondubbelzinnig had uitgelaten over de waarde. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de inspecteur en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt afgewezen en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.