ECLI:NL:GHARN:2000:AA6620
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens deelname piramidespel
Belanghebbende had in 1996 inkomsten uit deelname aan een piramidespel, welke hij niet had opgegeven aan de Belastingdienst. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een boete, die geheel werd kwijtgescholden. Het geschil betrof of de voordelen uit het piramidespel een bron van inkomen vormden en of belanghebbende werkzaamheden had verricht die deze inkomsten rechtvaardigen.
Belanghebbende stelde dat geen sprake was van een bron van inkomen en dat hij geen werkzaamheden had verricht. Het Hof oordeelde dat de activiteiten van belanghebbende, zoals het benaderen en begeleiden van nieuwe leden, wel degelijk in het economische verkeer plaatsvonden en daardoor als arbeid in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moeten worden beschouwd.
Daarnaast was er discussie over de hoogte van de navordering. Belanghebbende stelde dat hij bruto ƒ 15.000,- had ontvangen, terwijl de Inspecteur uitging van een netto-opbrengst van ƒ 16.000,- na aftrek van de inleg. Het Hof achtte het bedrag van de Inspecteur juist. Ook de door belanghebbende opgevoerde reiskosten van ƒ 360,- werden erkend als aftrekpost.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de Inspecteur en oordeelde dat de navorderingsaanslag correct was vastgesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 13 april 2000 mondeling gedaan door raadsheer Lamens.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1996 wegens voordelen uit deelname aan een piramidespel.