ECLI:NL:GHARN:2000:AA6546
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting piramidespel 1994
Belanghebbende had in 1994 inkomsten uit deelname aan een piramidespel, welke niet waren opgegeven aan de Belastingdienst. De Inspecteur legde daarop een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op, zonder boete. Belanghebbende betwistte onder meer of het voordeel als schenking kon worden aangemerkt, of het voordeel uit een bron van inkomen voortkwam, en of het te belasten voordeel beperkt moest worden tot de door hem zelf aangebrachte deelnemers.
Het hof oordeelde dat het voordeel niet als schenking kan worden gezien omdat de betalingen gebaseerd zijn op afdwingbare overeenkomsten en niet uit vrijgevigheid voortkomen. Voorts is het voordeel wel degelijk belastbaar als inkomen uit arbeid volgens artikel 22, lid 1, onderdeel b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, ongeacht of voordeel werd beoogd of verwacht.
Daarnaast faalde het betoog van belanghebbende dat het belastbare voordeel beperkt moest worden tot zijn eigen inspanningen, aangezien het gehele voordeel voortvloeit uit zijn arbeid. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat de Inspecteur aannam navorderingsaanslagen op te leggen zodra hij van andere gevallen op de hoogte zou zijn. Tenslotte werden ook niet geïnde cheques als genoten inkomen beschouwd omdat deze in 1994 reeds ter beschikking stonden.
Het Gerechtshof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een kostenveroordeling af.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1994 wegens voordelen uit piramidespel.