ECLI:NL:GHARN:2000:AA5995

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
24 februari 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
98/1942
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.C.M. de Kroon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 lid 1 onderdeel q Wet op de belastingen van rechtsverkeerArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens ontbreken naburigheid landerijen

Belanghebbende, een landbouwer, verkreeg op 16 december 1996 een perceel grond van 17,40,90 hectare. Hij had reeds een groter oppervlak aan landerijen langer dan vijf jaar in eigendom, maar de afstand tussen de nieuwe en bestaande percelen bedroeg 7200 meter. Belanghebbende deed een beroep op vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15, lid 1, onderdeel q van de Wet op de belastingen van rechtsverkeer.

De dienst Laser van het Ministerie van Landbouw weigerde een verklaring af te geven dat de verkrijging in het belang was van verbetering van de landbouwstructuur. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat niet voldaan werd aan de eis van naburigheid, een zelfstandige voorwaarde naast de verbetering van de landbouwstructuur.

Het hof oordeelde dat naburigheid nabijgelegen betekent, wat niet synoniem is aan aangrenzend, maar wel een beperkte afstand impliceert. Een afstand van 7200 meter voldoet niet aan deze eis. Daarom is de vrijstelling niet van toepassing en wordt het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. De uitspraak van de Inspecteur wordt bevestigd.

Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens het ontbreken van naburigheid tussen de percelen.

Uitspraak

he
Gerechtshof Arnhem
Eerste enkelvoudige belastingkamer
nr. 98/1942
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : X
te : Z
ambtenaar : Inspecteur van de Belastingdienst Registratie en successie P
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar
aanslagnummer : 1
mondelinge behandeling : op 10 februari 2000 te Arnhem door mr De Kroon, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Egberts als griffier
soort belasting : overdrachtbelasting
waarbij verschenen : belanghebbendes gemachtigde, alsmede de Inspecteur
Gronden:
1. Belanghebbende is landbouwer. Bij akte van 16 december 1996 heeft hij 17.40.90. ha grond in eigendom verkregen.
2. Belanghebbende had reeds een groter oppervlak dan het verkregene aan landerijen langer dan vijf jaar in eigendom. De afstand tussen de verkregen landerijen en die reeds in eigendom waren bedraagt 7200 meter.
3. De dienst Laser, regio Noord van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, heeft op 29 januari 1997 belanghebbendes verzoek om een verklaring af te geven dat de onderhavige verkrijging in het belang is van de verbetering van de landbouwstructuur, niet ingewilligd.
4. In de koopakte is een beroep gedaan op vrijstelling van overdrachtsbelasting als bedoeld in artikel 15, lid 1, onderdeel q van de Wet op de belastingen van rechtsverkeer (hierna: de Wet). Bij de registratie van de koopakte is geen overdrachtsbelasting voldaan.
5. De Inspecteur heeft met dagtekening 25 februari 1998 aan belanghebbende ter zake van de verkrijging een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd, omdat geen sprake is van naburigheid van de verkregen grond ten opzichte van de landerijen die al meer dan vijf jaar bij belanghebbende in eigendom zijn.
6. De eis van naburigheid van de verkregen grond ten opzichte van reeds langer dan 5 jaar in eigendom zijnde landerijen is naast de voorwaarde van verbetering van de landbouwstructuur een zelfstandige eis.
Naburig betekent nabijgelegen. Weliswaar is dat niet synoniem met aangrenzend, maar duidt wel op een beperkte onderlinge afstand. Van een afstand van 7200 m kan, ook in de huidige tijd, niet worden gezegd dat sprake is van naburigheid. Reeds om die reden is de vrijstelling van artikel 15, lid 1, onderdeel q van de Wet in dezen niet van toepassing. Aan de beantwoording van de vraag of in dit geval sprake is van verbetering van de landbouwstructuur wordt dan niet toegekomen.
7. Belanghebbendes beroep is ongegrond.
Proceskosten:
Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het hof geen termen aanwezig.
Beslissing:
Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Inspecteur.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2000 te Arnhem door mr De Kroon, raadsheer, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Egberts als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(J.L.M. Egberts) M.C.M. de Kroon)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 8 maart 2000
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht ¦ 150,-.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.