ECLI:NL:GHARN:2000:AA5968
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- Röben
- Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering renteaftrek buitenlandse deelneming in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap met buitenlandse moedermaatschappij, verwierf aandelen in een Noorse vennootschap en bracht de rente op de lening voor deze aankoop in aftrek op haar winst. De Inspecteur weigerde deze renteaftrek op grond van artikel 13, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Belanghebbende stelde dat deze aftrekbeperking in strijd was met de Europese vrijheid van vestiging en kapitaal.
Het Hof onderzocht of de relevante bepalingen van de EER-overeenkomst directe werking hebben en of de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie omtrent vrijheid van vestiging en kapitaal daarop van toepassing is. Uitgaande van bevestiging van deze vragen, beoordeelde het Hof of de aftrekbeperking een belemmering vormt en of deze proportioneel gerechtvaardigd is.
Het Hof oordeelde dat de aftrekbeperking een belemmering vormt, maar dat deze gerechtvaardigd is vanuit het oogpunt van fiscale coherentie en het voorkomen van dubbele belastingheffing. De regeling sluit aan bij internationaal aanvaarde principes en wordt gezien als een gunstige faciliteit voor het vestigen van hoofdkantoren en houdstermaatschappijen in Nederland.
De betwisting van disproportionaliteit door belanghebbende werd onvoldoende onderbouwd geacht. Het Hof zag geen reden voor prejudiciële vragen aan het Europese Hof en verklaarde het beroep ongegrond. De bestreden uitspraak van de Inspecteur werd bevestigd en belanghebbende werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de weigering van renteaftrek op kosten verbonden aan een buitenlandse deelneming en verklaart het beroep ongegrond.