ECLI:NL:GHARN:2000:AA5807
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- Lamens
- De Kroon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 27 en 31 Wet inkomstenbelasting bij verkoop vordering met rente
Belanghebbende, gehuwd met Y, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 1996 waarbij de Inspecteur het belastbaar inkomen verhoogde wegens rente-inkomsten uit een vordering op een holding. De vordering betrof een verkoop van aandelen met een renteclausule waarbij rente pas na tien jaar opeisbaar was.
Het geschil betrof de vraag of artikel 27 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing was, dat betrekking heeft op lopende termijnen van rente, of dat artikel 31, dat betrekking heeft op vervanging van gederfde inkomsten, moest worden toegepast. Belanghebbende stelde primair toepassing van artikel 27 en Pro subsidiair een lagere rentegrondslag dan de Inspecteur.
Het Hof oordeelde dat de rente in kwestie niet als lopende termijnen kon worden aangemerkt omdat deze pas na tien jaar opeisbaar was en dat artikel 27 dus Pro niet van toepassing was. De Inspecteur had terecht artikel 31 toegepast Pro en het belastbare bedrag correct vastgesteld. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door het Hof Arnhem op 23 maart 2000.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.