ECLI:NL:GHARN:1999:AE9719

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
17 augustus 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
1999/447
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Houtman
  • Van Raalte
  • Groen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 2 sub b WSNP
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw bij mishandeling

X. kwam in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Almelo dat zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afwees. De vordering betrof een schadevergoeding aan zijn ex-echtgenote wegens mishandeling, ontstaan ruim zeven jaar eerder, maar pas recent toegewezen in een vonnis.

X. betwistte dat hij niet te goeder trouw was bij het ontstaan van deze schuld en voerde aan dat hij destijds door persoonlijke problemen en therapie geen vermoeden had van blijvende schade. Tevens stelde hij dat het tijdsverloop en het ontbreken van bewust aansturen op de schuld hem toelating tot de regeling rechtvaardigden.

Het hof oordeelde dat het criterium 'niet te goeder trouw' ook ziet op schulden voortvloeiend uit misdrijf, zoals mishandeling waarvoor X. strafrechtelijk is veroordeeld. Gezien de ernst, omvang en bijzondere aard van de vordering en het recente vonnis, zou het onaanvaardbaar zijn deze schuld via de schuldsaneringsregeling te laten vervallen.

Daarom werd het vonnis van de rechtbank Almelo van 27 juli 1999 bekrachtigd en het verzoek tot schuldsanering afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
Arrest
In de zaak van:
X.,
wonende te P.
appellant,
Procureur: mr A.F. van Dam.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te Almelo van 27 juli 1999, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.
2 Het geding in hoger beroep
2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 3 augustus 1999, is appellant (hierna te noemen: X. ) in hoger beroep gekomen van dat vonnis, waarbij zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.
2.2 Bij voormeld beroepschrift heeft X. het hof verzocht voormeld vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling alsnog toe te wijzen.
2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een verklaring schuldsanering van de gemeente Rijssen en een overzicht schulden van X.
2.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 augustus 1999, waarbij X. is verschenen in persoon, bijgestaan door mr J.W. Stegeman, advocaat te Goor.
3 De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
3.2 X. betwist in zijn beroepschrift dat hij bij het ontstaan van de vordering uit onrechtmatige daad van zijn ex-echtgenote, mevrouw Y., ten bedrage van f 243,429,13, niet te goeder trouw is geweest. X. voert daartoe het volgende aan. Tijdens zijn huwelijk ondervond X. problemen in de persoonlijke sfeer tussen hem en zijn echtgenote. X. is daarvoor in therapie geweest. Mede gezien zijn psychische toestand destijds had X. nooit het vermoeden dat hij door zijn gedragingen blijvende schade zou veroorzaken danwel dat hieruit een vordering zou ontstaan. Daarnaast is X. van mening dat het tijdsverloop tussen de onrechtmatige gedragingen en het onderhavige verzoek aan een afwijzing in de weg staan. Volgens X. dateren de onrechtmatige gedragingen van vóór 1 november 1992, derhalve van bijna zeven jaar terug, Bovendien acht X. een faillissement onvermijdelijk wanneer hij niet wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
3.3 Ter zitting voert X. verder aan dat er geen sprake is geweest van het bewust aansturen op deze schuld. Volgens X. is het criterium "niet te goeder trouw" in artikel 288 lid 2 onder Pro b in de wet opgenomen om misbruik van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) tegen te gaan, Daarvan is volgens X. in zijn geval geen sprake. Nu hij op deze schuld niet bewust heeft aangestuurd, betwist X. derhalve dat hij bij het ontstaan van deze schuld niet te goeder trouw is geweest.
3.4 Het hof is van oordeel dat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd. Bij het in de WSNP opgenomen criterium "niet te goeder trouw" gaat het niet alleen om schulden waarop bewust is aangestuurd maar bijvoorbeeld ook om schulden die uit misdrijf zijn ontstaan. Nu X. voor een deel van de feiten (mishandeling) die aan de civiele vordering ten grondslag liggen ook strafrechtelijk is veroordeeld en het gaat om een zeer aanzienlijke vordering die in een recent vonnis van de rechtbank te Almelo is toegewezen, dient het verzoek van X. op grond van artikel 288 lid 2 sub b te Pro worden afgewezen. Het hof deelt het oordeel van de rechtbank dat, gelet op de bijzondere aard, de ernst en de omvang van de onrechtmatige gedragingen, het tijdsverloop tussen die gedragingen en het onderhavige verzoek aan een afwijzing niet in de weg staan. Het zou onaanvaardbaar en in strijd met de schuldsaneringsregeling zijn wanneer deze schuld door de schone lei te niet zou gaan.
4 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Almelo van 27 juli 1999 Dit arrest is gewezen door mrs Houtman, Van Raalte en Groen en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 augustus 1999.