ECLI:NL:GHARN:1999:AE9593
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Weij
- Houtman
- Smeeïng-Van Hees
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks boetes onvoldoende grond voor afwijzing
In deze civiele zaak heeft appellant X hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 8 maart 1999, waarin zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de toepassing van de schuldsaneringsregeling alsnog uitgesproken.
Het geschil draaide om de vraag of X te goeder trouw was met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank had de aanvraag afgewezen mede omdat een deel van de schulden bestond uit door X te betalen boetes, waaronder boetes voor rijden onder invloed.
Het hof oordeelde echter dat het enkele feit dat een deel van de schulden uit boetes bestaat onvoldoende is om te concluderen dat X niet te goeder trouw was. Daarnaast was niet aannemelijk geworden dat andere limitatief opgesomde afwijzingsgronden in artikel 288 Faillissementswet Pro van toepassing waren. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees het alsnog de schuldsaneringsregeling toe.
De mondelinge behandeling vond plaats op 1 april 1999, waarbij X verscheen met zijn procureur. Het arrest werd in openbare terechtzitting uitgesproken door de kamer van het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst alsnog de toepassing van de schuldsaneringsregeling toe.