ECLI:NL:GHARN:1999:AE9555

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
28 januari 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/024
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van der Weij
  • Houtman
  • Smeeïng-Van Hees
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 FaillissementswetArt. 15c lid 2 Faillissementswet
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-tijdige indiening door procureur

Appellant X stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Almelo waarbij zijn verzoek tot opheffing van het faillissement onder toepassing van de schuldsaneringsregeling was afgewezen. Het beroepschrift werd op de laatste dag van de beroepstermijn per fax ingediend door mr B. van Aarle, die niet als procureur in het arrondissement Arnhem was ingeschreven.

Hoewel mr T.G.M. van den Broeke zich later als procureur stelde, was het beroepschrift niet tijdig door een procureur ingediend, zoals vereist op grond van artikel 5 Faillissementswet Pro juncto artikel 15c lid 2. Hierdoor kon het hof appellant niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

De mondelinge behandeling vond plaats op 28 januari 1999, waarbij appellant werd bijgestaan door mr B. van Aarle. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de formele vereisten voor de procesvoering in faillissementszaken.

Uitkomst: Appellant werd niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet-tijdige indiening door een procureur.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
Eerste civiele kamer
Arrest
in de zaak van:
X
wonende te Y
appellant,
procureur: mr T.G.M. van den Broeke
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te Almelo van 6 januari 1999 dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.
2 Het geding in hoger beroep
2.1
Bij beroepschrift, ingediend ter griffie van het hof op 14 januari 1999 door mr B. van Aarle, advocaat te Grave, heeft appellant (hierna te noemen: X) hoger beroep ingesteld van voormeld vonnis, waarbij het verzoek tot opheffing van zijn bij vonnis van 17 juni 1998 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, is afgewezen.
2.2
Bij voormeld beroepschrift heeft X. het hof verzocht zijn faillissement op te heffen, onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
2.3
Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van mr T.G.M. van den Broeke, advocaat en procureur te Duiven, gedateerd 18 januari 1999, waarin zij meedeelt in deze zaak als procureur te zullen optreden.
2.4
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 januari 1999, waarbij X. is verschenen, bijgestaan door voornoemde mr B. van Aarle.
3 De motivering van de beslissing
3.1
Ingevolge artikel 5 Faillissementswet Pro, gewijzigd bij wet van 25 juni 1998 (Stb. 1998, 445) juncto artikel 15c, tweede lid van die wet moet het hoger beroep tegen een vonnis, waarbij de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, binnen acht dagen na de dag van de uitspraak worden ingesteld bij een verzoekschrift, door een procureur in te dienen ter griffie van het hof.
3.2
Het beroepschrift is op de laatste dag van de beroepstermijn, te weten op 14 januari 1999 te 16.37 uur, (per fax) ter griffie van het hof ingediend door voornoemde mr B. van Aarle. Mr Van Aarle staat niet als procureur ingeschreven in het arrondissement Arnhem.
3.3
Bij brief van 18 januari 1999 heeft mr Van den Broeke zich tot procureur gesteld.
3.4
Nu het verzoekschrift niet tijdig is ingediend door een procureur, kan X. niet worden ontvangen in zijn hoger beroep.
4 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
verklaart X. niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs Van der Weij, Houtman en Smeeïng-Van Hees en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 1999.