ECLI:NL:GHARN:1999:AA5274
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning met ongunstige perceelsindeling
Belanghebbende betwistte de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan de *a-weg nummer *1 te *Z. De gemeente stelde de waarde op ƒ 317.000, gebaseerd op een taxatierapport van Kafi BV, waarin drie vergelijkingsobjecten werden gebruikt. Belanghebbende voerde aan dat de woning ongunstig gelegen is op het kleinste perceel met een grote voortuin en kleine achtertuin, en dat de vergelijkingsobjecten niet adequaat zijn vanwege verschillen in luxe, grootte en ligging.
De taxateur kon de woning niet inpandig opnemen omdat belanghebbende de toegang weigerde. De deskundige van de gemeente erkende dat met de ongunstige perceelsindeling geen rekening was gehouden en dat de taxatie onvoldoende inzicht bood in de herleidingen. Het hof oordeelde dat slechts één vergelijkingsobject (a-weg 2) enigszins vergelijkbaar was, maar ook hier moest rekening worden gehouden met de luxere uitvoering en ruimere opzet.
Het hof achtte aannemelijk dat de ongunstige perceelsindeling een waardedrukkende factor is, maar vond de door belanghebbende voorgestelde waarde van ƒ 275.000 niet aannemelijk. Gezien de prijsstijgingen sinds aankoop in 1992 en de omstandigheden stelde het hof de waarde vast op ƒ 300.000. Daarnaast werden proceskosten van ƒ 25 toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op ƒ 300.000, lager dan de gemeentelijke waarde van ƒ 317.000.