ECLI:NL:GHARN:1999:AA1481
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag na afwijzing aftrek begrafeniskosten ex-partner zonder gezamenlijke huishouding
Belanghebbende, een leraar, voerde beroep aan tegen de aanslag inkomstenbelasting 1994 waarin de inspecteur slechts de helft van de begrafeniskosten van zijn overleden ex-partner als aftrekbare buitengewone last had toegestaan. Het geschil betrof de vraag of de volledige begrafeniskosten aftrekbaar waren, ondanks het ontbreken van een gezamenlijke huishouding.
Tijdens de zittingen in februari en juli 1998 werd vastgesteld dat belanghebbende en zijn ex-partner geen gezamenlijke huishouding hadden gevoerd, hoewel hij haar in haar laatste levensfase had verzorgd. De inspecteur baseerde zich op de resolutie van 1990 en de brief van de staatssecretaris van Financiën, waarin een intensieve gezamenlijke huishouding van minimaal vijf maanden wordt vereist voor aftrek.
Het hof oordeelde dat de aanwezigheid van een dringende morele verplichting niet voldoende is om de aftrek toe te staan zonder wettelijke verwantschap zoals bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De resolutie van de staatssecretaris zet het wettelijke criterium niet opzij. De aanslag werd dan ook bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag en wijst de volledige aftrek van begrafeniskosten af wegens ontbreken van gezamenlijke huishouding en wettelijke verwantschap.