ECLI:NL:GHARN:1999:AA1414
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Geschil over waardebepaling en objectafbakening onroerende zaken in belastingzaak
Belanghebbende betwist de waardebepaling van zijn onroerende zaken door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huissen. De oorspronkelijke beschikking betrof twee afzonderlijke onroerende zaken, een woning met garage en een tweede garage, met afzonderlijke waarden vastgesteld op respectievelijk ƒ 193.000,- en ƒ 12.000,-. Belanghebbende stelt dat het samenstel van woning en twee garages als één onroerende zaak moet worden gewaardeerd en vordert vernietiging van de beschikking voor de tweede garage en een lagere waarde voor het geheel.
Het college handhaafde de waarde van de eerste woning met garage, maar verlaagde de waarde van de tweede garage licht. Beide partijen zijn het erover eens dat het gaat om een samenstel van drie gebouwde eigendommen die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en bij elkaar behoren, zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Wet waardering onroerende zaken.
Het hof oordeelt dat de beschikking onjuist is omdat de objectafbakening niet correct is toegepast; de drie eigendommen hadden als één onroerende zaak moeten worden aangemerkt. Daarom dient de beschikking te worden vernietigd en een nieuwe beschikking te worden vastgesteld met één waarde voor het samenstel. Tevens worden proceskosten aan belanghebbende toegekend. De zaak wordt ten dele gegrond verklaard.
Uitkomst: De beschikking wordt vernietigd wegens onjuiste objectafbakening en het college wordt gelast een nieuwe beschikking met één waarde voor het samenstel van woning en garages op te stellen.