ECLI:NL:GHARN:1999:AA1393
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Matthijssen
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag inkomstenbelasting na fouten inspecteur
De belanghebbende, een voormalig accountant, maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1991, opgelegd door de inspecteur na correcties op eerdere voorlopige en definitieve aanslagen. De inspecteur had fouten gemaakt bij de belastingheffing van de oudedagsreserve en liquidatiebaten, waarbij onjuiste tarieven werden toegepast en bedragen onjuist werden verwerkt.
De belanghebbende stelde dat de inspecteur door de vele fouten en de lange duur van de afhandeling het recht had verspeeld om de navorderingsaanslag op te leggen, met een beroep op het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel. De inspecteur erkende de fouten maar handhaafde de navorderingsaanslag deels verminderd.
Het hof oordeelde dat de navordering juridisch correct was en dat het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde, omdat de belanghebbende steeds wist dat hij te weinig belasting had betaald en de inspecteur bevoegd was tot navordering binnen de wettelijke termijn. Wel werd de navorderingsaanslag verder verminderd met ƒ 3.919 wegens onterechte heffingsrente. Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur en stelde de navorderingsaanslag vast op ƒ 85.938.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de beslissing over proceskosten aangehouden. Het hof verwierp het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en andere gronden die het niet heffen van belasting zouden rechtvaardigen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot ƒ 85.938 en de uitspraak van de inspecteur wordt vernietigd.