ECLI:NL:GHARN:1999:AA1375
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- mrs. Lamens
- mw mr De Kroon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens autokostenforfait ondanks geconstateerde ongelijkheid
In deze zaak stond de vraag centraal of de extra bijtelling van 4% van de catalogusprijs voor het gebruik van een door de werkgever ter beschikking gestelde personenauto, zoals neergelegd in artikel 42, vierde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, terecht werd toegepast. De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat deze bijtelling geen verband houdt met privégebruik maar een zelfstandige bijtelling betreft voor woon-werkverkeer over meer dan 30 kilometer, wat leidt tot ongelijke behandeling binnen een groep van gelijke gevallen.
Het Gerechtshof Arnhem overwoog dat hoewel deze ongelijke behandeling door de Hoge Raad als onrechtvaardig werd aangemerkt, het aan de wetgever is om deze ongelijkheid op te heffen. Het hof stelde vast dat de wetgever met een wetsvoorstel, ingediend binnen veertien maanden na het arrest van de Hoge Raad, voldoende voortvarend heeft gehandeld om de ongelijkheid te repareren.
Daarom blijft de regeling van artikel 42, vierde lid, van de Wet van toepassing en kan de door belanghebbende gesignaleerde ongelijkheid niet leiden tot vernietiging van de naheffingsaanslag omzetbelasting. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur werd bevestigd.
Proceskosten werden niet toegewezen omdat het hof geen gronden zag voor een veroordeling in proceskosten. De mondelinge uitspraak werd op 3 november 1999 uitgesproken door het hof te Arnhem.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.