ECLI:NL:GHARN:1999:AA1372

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
7 oktober 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
98/2610
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.B.H. Röben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen WOZ-beschikking wegens onjuiste objectafbakening

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking met betrekking tot een onroerende zaak gelegen op een kavel van 1.200 m2 in de gemeente Gendringen. De ambtenaar stelde dat er een verwisseling had plaatsgevonden tussen de objecten, waardoor de beschikking onjuist was. De beschikking werd bij uitspraak op bezwaar vernietigd wegens onjuiste objectafbakening.

Belanghebbende voerde in het beroep aan dat de vastgestelde waarde van het object niet reëel was vanwege de deplorabele staat van het pand. Het gerechtshof oordeelde echter dat nu de beschikking wegens onjuiste objectafbakening was vernietigd, belanghebbende niet-ontvankelijk was in zijn beroep.

Er werd geen grond gezien voor een kostenveroordeling op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. De mondelinge uitspraak werd gedaan door mr J.B.H. Röben in aanwezigheid van de griffier. Belanghebbende was niet verschenen bij de mondelinge behandeling.

De uitspraak benadrukt dat belanghebbende binnen vier weken na verzending schriftelijk kan verzoeken om een schriftelijke uitspraak, welke niet tot heroverweging van de mondelinge uitspraak mag leiden. Tegen een schriftelijke uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen de WOZ-beschikking wegens vernietiging van de beschikking wegens onjuiste objectafbakening.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
vijfde enkelvoudige belastingkamer
nr. 98/2610
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende:*X
te:*Z
ambtenaar:de heffingsambtenaar van de gemeente Gendringen (hierna: de ambtenaar)
aangevallen beslissing:uitspraak op bezwaar
datum WOZ-beschikking:31 oktober 1997
peildatum:1 januari 1995
mondelinge behandeling:op 23 september 1999 te Arnhem door mr Röben, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Nuboer als grifWer
waarbij verschenen:de ambtenaar van de gemeente
waarbij niet verschenen:belanghebbende met kennisgeving aan het hof
gronden:
1. Belanghebbende staat tot gebruik ter beschikking de onroerende zaak *a-1 te *Z, gemeente Gendringen. Het betreft een aantal objecten op een kavel van 1.200 m2.
2. In de uitspraak op bezwaar ter zake van de aan belanghebbende gezonden WOZ-beschikking heeft de ambtenaar gesteld dat er een verwisseling heeft plaatsgevonden tussen de objecten *a-2 en *a-1. De beschikking is bij uitspraak op bezwaar wegens een onjuiste objectafbakening vernietigd.
3. Belanghebbende stelt in beroep onder meer dat de vastgestelde waarde van het object niet reëel is gezien de deplorabele staat van de onroerende zaak.
4. Nu de gemeente de beschikking wegens onjuiste objectafbakening bij de uitspraak heeft vernietigd is belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn beroep.
proceskosten:
Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het hof geen termen aanwezig.
beslissing:
Het gerechtshof verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 7 oktober 1999 door mr Röben, raadsheer, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Nuboer als grifWer.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(M.M. Nuboer) (J.B.H. Röben)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 7 oktober 1999
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende ƒ . Verweerder is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van ƒ verschuldigd.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.