ECLI:NL:GHARN:1999:AA1345
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag baatbelasting riolering buitengebied ondanks bezwaar belanghebbende
Belanghebbende is eigenaar van een perceel in het buitengebied waarvoor een aanslag baatbelasting riolering is opgelegd. Hij betwist de aanslag omdat de verordening waarop deze is gebaseerd niet binnen de wettelijke termijn van twee jaar na voltooiing van de voorzieningen is vastgesteld, onduidelijk zou zijn en omdat zijn perceel niet is aangesloten op de riolering en derhalve niet gebaat zou zijn.
De gemeente stelt dat de voorzieningen zijn voltooid kort voor 10 juni 1995 en dat de verordening op 27 februari 1997 binnen de termijn is vastgesteld. Tevens is de baatbelasting een zakelijke belasting die niet afhankelijk is van het feit of de eigenaar gebruikmaakt van de voorzieningen. Het hof acht de verklaring van de uitvoerder van het rioleringsproject aannemelijk en verwerpt het bezwaar dat de onderhoudstermijn niet samenvalt met voltooiing.
Het hof oordeelt dat de verordening niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel ondanks de term “onder meer” in de opsomming van voorzieningen. Ook is het feit dat belanghebbende het afvalwater op een andere wijze loost subjectief en doet dit niet af aan het objectieve voordeel dat het perceel heeft door de voorzieningen. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag baatbelasting en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.