ECLI:NL:GHARN:1998:AA1472

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
18 december 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
97/20436
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.E. Haas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Uitvoeringsbesluit BPM 1992Art. 3 Uitvoeringsbesluit BPM 1992Art. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenArt. 670 TCDWArt. 718 lid 7 TCDW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering uitgebreide BPM-vrijstelling voor medeaandeelhouder met beslissende invloed

Belanghebbende, woonachtig in Nederland en mededirecteur/medeaandeelhouder van een Duits autobedrijf, kreeg een beperkte BPM-vrijstelling voor een in Duitsland geregistreerde personenauto. Hij stelde dat hem een uitgebreide vrijstelling toekwam op grond van artikel 2 van Pro het Uitvoeringsbesluit BPM 1992, omdat hij de auto voor woon-werkverkeer gebruikte.

De inspecteur weigerde de uitgebreide vrijstelling omdat belanghebbende als medeaandeelhouder beslissende invloed heeft op de registratie van de auto, waardoor hij niet als werknemer zonder beslissingsbevoegdheid kan worden aangemerkt. Het hof oordeelde dat belanghebbende de bewijslast draagt voor het tegendeel, maar geen bewijs leverde.

Verder stelde belanghebbende zich op het standpunt dat artikel 718 lid 7 van Pro de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (TCDW) van toepassing was, maar het hof verwierp dit omdat het gebruik van de auto voor bezoeken aan leveranciers en afnemers niet valt onder 'gebruik voor bedrijfsdoeleinden'. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beschikking van de inspecteur bevestigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de weigering van de uitgebreide BPM-vrijstelling en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
derde enkelvoudige belastingkamer
nr. 97/20436
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : *X
te : *Z
ambtenaar : inspecteur van de Belastingdienst/Douane
aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 29 mei 1997 op bezwaar
soort belasting : belasting van personenauto's en motorrijwielen (hierna: BPM)
beschikking d.d. : 19 maart 1997
mondelinge behandeling : op 4 december 1998 te Arnhem door mr N.E. Haas, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Egberts als griffier
waarbij verschenen : de inspecteur van de Belastingdienst/Douane District *P
waarbij niet verschenen : belanghebbende met schriftelijke kennisgeving d.d. 30 november 1998 aan het hof
Gronden:
1. Belanghebbende, die in Nederland woont, is mededirecteur/medeaandeelhouder van het te *Q (BRD) gevestigde automobielbedrijf Autohandel *X GmbH. Door deze vennootschap is hem een in Duitsland geregistreerde personenauto met het kenteken *aaa-bb-11 ter beschikking gesteld.
2. Bij beschikking d.d. 19 maart 1997 is aan belanghebbende met betrekking tot deze auto een op de voet van artikel 3 van Pro het Uitvoeringsbesluit BPM 1992 (Besluit) vrijstelling verleend. Blijkens de koptekst van bijlage 1 bij de beschikking geldt de vrijstelling voor de afstand van de woonplaats naar de in het buitenland gelegen werkplaats en omgekeerd; dit is onder "1.2 WOON-WERKVERKEER." nader aldus omschreven dat de werkplaats is gelegen aan de *a-strasse 6, *00001 *Q en de verblijfplaats hier te lande aan de *b-weg 70 te *Z is.
3. In geschil is, of belanghebbende
a. terecht geen zogenoemde uitgebreide vrijstelling op de voet van artikel 2 van Pro het Besluit is verleend.
b. zich terecht beroept op het bepaalde in artikel 718, lid 7 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (TCDW).
4. Volgens artikel 2, voormeld eerste lid, onderdeel c, wordt de daar bedoelde vrijstelling verleend indien de werknemer als gevolg van de arbeidsverhouding tussen hem en zijn werkgever in beginsel geen beslissende invloed kan uitoefenen op de
beslissing in welk land de auto wordt geregistreerd. Volgens artikel 3, eerste lid, voor zover hier van belang, wordt de daar bedoelde, beperkte, vrijstelling verleend voor auto's die worden gebruikt door Nederlands ingezetenen die elders dan in Nederland bestuurder, vennoot of aandeelhouder zijn van een in de vorm van een
vennootschap opgerichte onderneming, mits de houder niet een werknemer is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c.
5. Belanghebbende is medeaandeelhouder van de GmbH. Voorts gaat de inspecteur terecht ervan uit dat belanghebbende, als degene die naar hij zelf stelt het bedrijf bestuurt en dus als gevolg van de arbeidsverhouding, beslissende invloed kan uitoefenen op de onder 4 bedoelde beslissing. Op belanghebbende rust dan ook de bewijslast van het tegendeel. Hij voert echter geen enkel gegeven aan waaruit zulks volgt.
6. Het hof merkt daarbij op dat het redelijk is aan personen die als werknemer niet zelf kunnen beslissen in welk land het motorrijtuig wordt aangeschaft en geregistreerd een ruimere vrijstelling te verlenen dan aan personen die zulks wel zelf kunnen beslissen.
7. Artikel 718 TCDW Pro bepaalt dat gebruikmaking van de regeling tijdelijke invoer wordt toegestaan voor wegvoertuigen voor bedrijfsdoeleinden.
8. Op grond van artikel 670 TCWD Pro moet onder "gebruik voor bedrijfsdoeleinden" worden verstaan: "Het gebruik van een vervoermiddel voor het vervoer van personen tegen vergoeding, of industrieel of commercieel goederenvervoer, al dan niet tegen vergoeding". Het gebruik dat belanghebbende van de onderhavige auto wenst te maken, te weten het bezoeken van leveranciers en afnemers in Nederland, valt daar niet onder.
Artikel 718 TCDW Pro is in dezen dan ook niet van toepassing.
9. Het beroep van belanghebbende is ongegrond.
Proceskosten:
Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het hof geen termen aanwezig.
Beslissing:
Het gerechtshof bevestigt de uitspraak van de inspecteur.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 18 december 1998 te Arnhem door mr N.E. Haas, raadsheer, lid van de derde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Egberts als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(J.L.M. Egberts) (N.E. Haas)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 29 december 1998