ECLI:NL:GHARN:1998:AA1469
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing en premieheffing bij detachering in Duitsland
Belanghebbende was in 1994 werkzaam in Duitsland voor zijn Nederlandse werkgever en verzocht aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en vrijstelling van premieheffing volksverzekeringen. De inspecteur weigerde deze aftrek en vrijstelling, stellende dat het inkomen in Nederland belastbaar is en belanghebbende onder de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving valt.
Belanghebbende stelde dat het inkomen ten laste kwam van een vaste inrichting van zijn werkgever in Duitsland, waardoor Duitsland belastingrecht zou hebben. Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor het bestaan van een vaste inrichting, mede omdat de werkzaamheden tijdelijk en op basis van korte contracten waren en geen concrete aanwijzingen voor een vaste bedrijfsinrichting in Duitsland waren.
De detacheringsverklaring en de duur van de werkzaamheden (minder dan twaalf maanden) maakten dat belanghebbende onder de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving bleef vallen. Het hof concludeerde dat de aanslag en de weigering van aftrek en vrijstelling terecht zijn gehandhaafd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1994 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.