ECLI:NL:GHARN:1998:AA1468
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.J. Matthijssen
- Lamens
- F.J.P.M. Haas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vermindering successiebelasting ter voorkoming dubbele belasting bij verkrijging uit nalatenschap
Belanghebbende, woonachtig in Aruba, was enige erfgenaam van haar moeder die in Nederland overleed met een nalatenschap van ruim ƒ 612.000. De inspecteur legde een aanslag successierecht op van ƒ 88.038, welke belanghebbende betwistte en verzocht om vermindering tot ƒ 52.652.
De kern van het geschil betrof de wijze van berekening van de vermindering van de belasting ter voorkoming van dubbele belasting op grond van artikel 28 van Pro de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK). Belanghebbende stelde dat de vermindering volgens de evenredigheidsmethode moest worden berekend, inclusief Nederlandse successierechten die zij vanuit Aruba zou betalen.
Het hof oordeelde dat de uitleg van belanghebbende onjuist was en dat onder de verschuldigde belasting in artikel 28 BRK Pro uitsluitend de belasting van het andere land (Aruba) wordt verstaan. De inspecteur had de vermindering correct toegepast door alleen de Arubaanse successiebelasting in mindering te brengen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag successierecht wordt bevestigd.