ECLI:NL:GHARN:1998:AA1338

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
26 mei 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
97/20912
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. Lamens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen WOZ-beschikking wegens ontbreken motivering

Belanghebbende heeft tijdig bezwaar gemaakt tegen een WOZ-beschikking over het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000, maar heeft in het bezwaarschrift geen motivering van de gronden opgenomen. Na toezending van taxatiegegevens door de ambtenaar werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld om binnen een maand alsnog haar bezwaarschrift te motiveren.

Belanghebbende diende de motivering echter pas na de gestelde termijn in. De ambtenaar verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat niet was voldaan aan de wettelijke eis van motivering zoals vereist in artikel 6:5 Awb Pro.

Het gerechtshof oordeelt dat de ambtenaar terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat belanghebbende geen geldige reden heeft aangevoerd voor de termijnoverschrijding en ook in het beroepschrift geen gronden heeft aangevoerd die de beslissing van de ambtenaar onredelijk zouden maken.

De uitspraak van de ambtenaar wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door mr. J. Lamens namens het gerechtshof Arnhem op 26 mei 1998.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de WOZ-beschikking wegens het ontbreken van tijdige motivering.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
zesde enkelvoudige belastingkamer
nr. 97/20912
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : *X BV
te : *Z
ambtenaar : Burgemeester en Wethouders van de gemeente *P
aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 15 juli 1997 op bezwaarschrift
beschikking : Wet WOZ, besch.nr. *1
tijdvak : 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000
mondelinge behandeling : op 12 mei 1998 te Harderwijk door mr. Lamens, raadsheer, in tegenwoordigheid van Wagener als griffier
waarbij verschenen : * de ambtenaar
waarbij niet verschenen : belanghebbende, met schriftelijke kennisgeving hiervan aan het hof
gronden:
1. Het hof laat de op 7 mei 1998 ter griffie ingekomen brief d.d. 4 mei 1998 van belanghebbende voor wat betreft het inhoudelijk verweer buiten beschouwing. De brief is na de uitwisseling van de processtukken tussen partijen ingekomen. Bovendien is belanghebbende reeds in een eerder stadium van de procedure in de gelegenheid gesteld haar pro-formaberoepschrift nader te motiveren.
2. Belanghebbende heeft bij bezwaarschrift d.d. 17 maart 1997, blijkens afstempeling op 19 maart 1997 ingekomen ter secretarie van de gemeente, bezwaar aangetekend tegen de op 28 februari 1997 gedagtekende beschikking. Zij heeft derhalve tijdig bezwaar ingediend.
3. Belanghebbende heeft in haar bezwaarschrift geen gronden van het bezwaar opgenomen, maar aangekondigd dit alsnog te doen na toezending door de ambtenaar van een aantal gegevens.
4. Bij brief d.d. 2 april 1997 heeft de ambtenaar belanghebbende taxatiegegevens toegezonden en haar in de gelegenheid gesteld om binnen 1 maand na dagtekening van de onderhavige brief de motivering op het bezwaarschrift bij de ambtenaar in te dienen. De termijn voor herstel van het niet naar de eis van de wet gemotiveerde bezwaarschrift eindigde op donderdag 1 mei 1997.
5. Bij brief met dagtekening 6 juni 1997, blijkens afstempeling op 10 juni 1997 ter secretarie ingekomen, heeft belanghebbende de ambtenaar alsnog een nadere onderbouwing van haar bezwaren gegeven.
6. De ambtenaar heeft met gebruikmaking van het bepaalde in artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Wet) belanghebbende in haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Deze bepaling luidt, voorzover hier van belang, als volgt: "Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 (van de Wet) of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar..., kan dit niet-ontvankelijk worden verklaard, mitsdien
de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe te stellen termijn."
7. Artikel 6:5 van Pro de Wet luidt, voorzover hier van belang: "Het bezwaarschrift .. bevat ten minste ...de gronden van het bezwaar.."
8. De ambtenaar heeft belanghebbende met verwerping van de aangevoerde oorzaken voor de termijnoverschrijding in haar bezwaar niet-ontvankelijk kunnen verklaren.
Belanghebbende heeft ook in haar (aanvullende) beroepschrift geen gronden aangevoerd, op grond waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat de ambtenaar in redelijkheid niet tot zijn beslissing heeft kunnen komen.
9. Het beroep van belanghebbende in ongegrond.
proceskosten:
Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het hof geen termen aanwezig.
beslissing:
Het gerechtshof bevestigt de uitspraak van de ambtenaar.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 26 mei 1998 door mr. Lamens, raadsheer, lid van de zesde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van Wagener als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(N.Th. Wagener)(J. Lamens)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 3 juni 1998