ECLI:NL:GHARN:1998:AA1324
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- mr. Lamens
- mr. Vester
- Rechtspraak.nl
Geschil over maatstaf van heffing omzetbelasting bij woningen met kettingbeding
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was het niet eens met een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1986-1988. De Inspecteur had de aanslag ambtshalve verminderd, maar belanghebbende wilde deze verder verlagen door uit te gaan van de aankoopwaarde van soortgelijke woningen met een verhuurverplichting (kettingbeding).
Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad werd de zaak doorverwezen naar het Gerechtshof Arnhem. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de maatstaf van heffing gebaseerd moest worden op de aankoopwaarde van soortgelijke woningen met een kettingbeding of op de voortbrengingskosten.
Het Hof stelde vast dat voor het project van 49 woningen in *Q geen kettingbeding of vergelijkbare verhuurverplichting was vastgesteld, terwijl dat voor een ander project wel het geval was. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat soortgelijke woningen met een verhuurverplichting beschikbaar waren. Daarom moest worden uitgegaan van de voortbrengingskosten als maatstaf van heffing.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, handhaafde de door de Inspecteur ambtshalve verminderde aanslag en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. Hiermee werd het beroep van belanghebbende afgewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt gehandhaafd op basis van voortbrengingskosten en het beroep van belanghebbende wordt afgewezen.