ECLI:NL:GHARN:1998:AA1320
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering uitgebreide vrijstelling BPM voor auto Duitse registratie
Belanghebbende, werkzaam als Geschäftsführer bij een Duitse GmbH, maakte bezwaar tegen de weigering van een uitgebreide vrijstelling van de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) voor een auto met Duits kenteken die hem door de GmbH ter beschikking werd gesteld.
De inspecteur had een beperkte vrijstelling verleend op grond van artikel 3 van Pro het Uitvoeringsbesluit BPM 1992, omdat belanghebbende als aandeelhouder en Geschäftsführer invloed kan uitoefenen op de beslissing over de registratie van de auto. Belanghebbende voerde aan dat hij verplicht was een auto met Duits kenteken te gebruiken, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het hof oordeelde dat de bewijslast bij belanghebbende lag om het tegendeel te bewijzen en dat de door hem overgelegde stukken onvoldoende waren. Ook werd geoordeeld dat de BPM-regeling niet in strijd is met het vrije verkeer van goederen en diensten binnen de EU. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van uitgebreide vrijstelling BPM wordt ongegrond verklaard en de beschikking van de inspecteur bevestigd.