ECLI:NL:GHARN:1998:AA1308
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Röben
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag kapitaalsbelasting na inbreng onderneming in besloten vennootschap
In deze bestuursrechtelijke zaak is het geschil ontstaan over de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting die de inspecteur aan X B.V. heeft opgelegd. X B.V. had in september 1995 haar onderneming ingebracht in een besloten vennootschap tegen een geplaatst kapitaal van ƒ 733.000,-. Bij de aangifte werd een beroep gedaan op een vrijstelling van kapitaalsbelasting op grond van artikel 37 van Pro de Wet op de belastingen van rechtsverkeer, welke door de inspecteur werd afgewezen.
De kern van het geschil betrof de vraag of aan de voorwaarden voor vrijstelling was voldaan, met name de eis dat het lichaam dat aandelen ontvangt uitsluitend het gehele vermogen of onderneming van een ander verwerft zonder dat crediteurenrechten boven 10% van het nominale aandelenkapitaal worden toegekend. Uit de stukken en de inbrengbalans bleek dat deze voorwaarden niet waren nageleefd, waardoor de vrijstelling niet van toepassing was.
Het hof oordeelde dat de inspecteur terecht de naheffingsaanslag had opgelegd en dat het beroep van X B.V. ongegrond was. De inspecteur had tijdig en voldoende gemotiveerd zijn standpunt kenbaar gemaakt en er was geen sprake van bescherming van een door de inspecteur gewekt vertrouwen. Ook het argument van X B.V. dat zij geen fiscaal voordeel had beoogd en dat fouten hersteld konden worden, leidde niet tot een andere uitkomst.
De uitspraak bevestigt de naheffingsaanslag van ƒ 7.330,- en wijst het beroep van X B.V. af. Tevens werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting van ƒ 7.330,- en wijst het beroep van X B.V. af.