ECLI:NL:GHARN:1998:AA1267
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag recht van successie wegens onduidelijkheid aanslagbiljet
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag recht van successie die op zijn naam is gesteld met betrekking tot een verkrijging uit een nalatenschap. De inspecteur had belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in het bezwaar en de aanslag bevestigd. Het gerechtshof oordeelt dat belanghebbende wel ontvankelijk is in zijn bezwaar omdat de aanslag op zijn naam is gesteld en dat de primaire conclusie van de inspecteur niet gevolgd kan worden.
Daarnaast constateert het hof dat het aanslagbiljet onduidelijk is omdat het niet kenbaar maakt dat er meerdere verkrijgers zijn en dat het bedrag van de aanslag niet alleen betrekking heeft op belanghebbende. Hierdoor miskent de inspecteur dat aanslagen voor meerdere verkrijgers kunnen worden opgenomen in één aanslagbiljet volgens artikel 47 van Pro de Successiewet 1956.
Het hof vernietigt daarom de aanslag en gelast de inspecteur om binnen de wettelijke termijn alsnog aanslagen op te leggen aan alle verkrijgers, eventueel met toepassing van artikel 47. De grieven van belanghebbende en het verweer van de inspecteur over de inhoud van de aanslag kunnen in dit geding niet aan de orde komen. Het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De aanslag recht van successie wordt vernietigd en belanghebbende wordt ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar.