ECLI:NL:GHARN:1998:AA1237
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- Lamens
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag bouwgrondbelasting ondanks betwisting geschiktheid en tariefdifferentiatie
Belanghebbende was eigenaar van een perceel waarop een aanslag bouwgrondbelasting werd opgelegd. Na bezwaar en eerdere procedures vernietigde het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch de aanslag, maar de Hoge Raad verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem. Tijdens de zitting werden standpunten uitgewisseld en stukken overlegd, waaronder een kaart van de Technische Dienst.
Belanghebbende voerde aan dat bepaalde perceelsgedeelten door aanleg van voorzieningen beter geschikt voor bebouwing waren geworden en dat het tarief van de belasting onredelijk was omdat het voor alle percelen gelijk was ondanks verschillen in grootte. Het Hof stelde vast dat belanghebbende zijn stelling over betere geschiktheid voor bebouwing voor enkele percelen had ingetrokken en onvoldoende aannemelijk had gemaakt voor andere percelen.
De gemeente stelde gemotiveerd dat de voordelen voor de niet in de heffing betrokken percelen verwaarloosbaar waren. Het Hof oordeelde dat het tarief niet willekeurig of onredelijk was, omdat de voorzieningen zoals bestrating en verlichting voor alle percelen gemeenschappelijk nut hadden. Hierdoor werd de verordening als verbindend bevestigd en de aanslag gehandhaafd.
Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 11 september 1998 door het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het Gerechtshof Arnhem bevestigt de aanslag bouwgrondbelasting en verklaart de verordening verbindend.