ECLI:NL:GHARN:1998:AA1208
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995 ondanks administratieve fout
Belanghebbende deed aangifte inkomstenbelasting 1995 met een belastbaar inkomen van ƒ 45.727,-. De inspecteur corrigeerde dit naar ƒ 68.676,- en legde een navorderingsaanslag op. De primitieve aanslag vermeldde echter abusievelijk een nihilaanslag door een administratieve fout.
Belanghebbende betwistte niet dat de primitieve aanslag onjuist was vastgesteld. Het hof oordeelde dat belanghebbende bij ontvangst van de aanslag vrijwel onmiddellijk had moeten begrijpen dat deze niet juist kon zijn, mede omdat het onbegrijpelijk was dat bij een belastbaar bedrag van ƒ 62.602,- een nihilaanslag werd opgelegd.
Verder werd geoordeeld dat de beloning aan de echtgenote voor nevenwerkzaamheden niet kon worden verhoogd op grond van artikel 5, zevende lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, omdat deze minder bedroeg dan tweemaal de basisaftrek.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de navorderingsaanslag. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995 en verklaart het beroep ongegrond.