ECLI:NL:GHARN:1998:AA1163
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en griffierechtvergoeding
Belanghebbende was het niet eens met een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over het tijdvak van 29 februari tot en met 29 mei 1996. De inspecteur had een naheffingsaanslag opgelegd wegens te late betaling van de belasting, waarbij een verhoging werd toegepast conform artikel 37 van Pro de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
Het bezwaarschrift van belanghebbende werd echter niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de wettelijke termijn van zes weken was ingediend. Belanghebbende was niet verschenen bij de mondelinge behandeling, ondanks oproeping. De inspecteur had de eerste naheffingsaanslag vernietigd nadat belanghebbende alsnog het bedrag had betaald, maar een tweede naheffingsaanslag met een verhoging opgelegd.
Het hof oordeelde dat de inspecteur terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard vanwege de overschrijding van de bezwaartermijn. Daarnaast werd vastgesteld dat de aanmaning en naheffingsaanslag biljetten dermate op elkaar lijken dat belastingplichtigen deze als aanslag kunnen beschouwen. Daarom gelast het hof de inspecteur om het betaalde griffierecht van ƒ 75,- aan belanghebbende terug te betalen.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing en benadrukt het belang van tijdige betaling en bezwaar, maar erkent ook de verwarring die kan ontstaan door de vormgeving van aanslagbiljetten.
Uitkomst: Bezwaar tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting niet-ontvankelijk verklaard, griffierecht terugbetaald.