ECLI:NL:GHARN:1998:AA1151
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Th.J. Mathijssen
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale correctie op stille reserves bij verkoop aandelen dochtermaatschappij
Belanghebbende, *X BV, betwistte de door de Inspecteur opgelegde aanslag vennootschapsbelasting over 1993, waarin een correctie van circa ƒ 1.659.214,- werd toegepast op basis van de 16e Standaardvoorwaarde. Deze correctie hield verband met stille reserves in de activa en passiva van dochtermaatschappij *B BV, die in 1993 was opgericht en waarin bedrijfsactiviteiten waren ingebracht.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de waarde van *B BV per 31 december 1993 lager was dan het fiscale eigen vermogen van ƒ 2.278.302,-, zoals belanghebbende stelde, of dat de waarde in het economische verkeer daadwerkelijk hoger was, zoals de Inspecteur betoogde. Belanghebbende voerde aan dat de activiteiten marginaal waren en dat de boekwaarde leidend was, terwijl de Inspecteur wees op strategische belangen en synergie-effecten binnen de fiscale eenheid.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde lager was dan de nettovermogenswaarde van ƒ 3.937.516,-, mede gelet op de samenstelling van het vermogen, de strategische betekenis van de activiteiten voor de moedervennootschap *A BV en de gangbare waarderingsgrondslagen. De 16e Standaardvoorwaarde was dan ook van toepassing en de correctie terecht opgelegd.
De bestreden uitspraak van de Inspecteur werd bevestigd, en belanghebbende werd niet in de proceskosten veroordeeld. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem op 16 juli 1998.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd.