ECLI:NL:GHARN:1998:AA1126
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt aftrek levensonderhoudskosten bij co-ouderschap voor belastingjaar 1993
Belanghebbende, geboren in 1946 en in 1992 gescheiden, heeft drie kinderen die in 1993 jonger dan 16 jaar waren. Twee zoons stonden ingeschreven op zijn adres, de dochter bij de ex-echtgenote. De ouders waren overeengekomen dat de kinderen beurtelings bij beide ouders zouden verblijven, waarbij ieder de kosten van verblijf en levensonderhoud droeg.
Belanghebbende verzocht om aftrek van kosten levensonderhoud voor het gehele jaar 1993 voor zijn dochter en voor de zoons over het tweede tot en met vierde kwartaal. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat belanghebbende geen recht had op kinderbijslag voor deze kinderen in die perioden, mede vanwege een eerdere overeenkomst over verdeling van kinderbijslag.
Het hof stelde vast dat belanghebbende de kinderen in belangrijke mate heeft onderhouden en dat volgens de jurisprudentie de ouder bij wie het kind op de peildatum verblijft recht heeft op kinderbijslag. Omdat belanghebbende geen recht had op kinderbijslag voor de genoemde kwartalen, had hij recht op aftrek van de kosten levensonderhoud.
Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde de aanslag van ƒ 32.334,– naar ƒ 25.584,–, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag inkomstenbelasting door aftrek van kosten levensonderhoud voor drie kinderen bij co-ouderschap toe te kennen.