ECLI:NL:GHARN:1998:AA1107
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting na onjuiste betaling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Arnhem. De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende het volledige bedrag van de parkeerbelasting had voldaan door twee guldens en twee kwartjes in de automaat te werpen.
Het hof overwoog dat van een parkerende automobilist mag worden verwacht dat hij de aanwijzingen op de parkeerapparatuur nauwgezet opvolgt en het betaalbewijs controleert. Uit technisch onderzoek bleek dat de automaat correct functioneerde en belanghebbende had niet aangetoond dat er een defect was of dat hij dit had gemeld.
Het hof stelde vast dat het kaartje aangaf dat slechts ƒ 1,50 was betaald voor een parkeertijd tot 18.58 uur, terwijl belanghebbende parkeertijd tot 19.07 uur wilde. Hierdoor was de naheffing terecht opgelegd conform artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 234 van Pro de Gemeentewet.
De naheffingsaanslag werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen gronden daarvoor aanwezig waren.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting en verklaart het beroep ongegrond.