ECLI:NL:GHARN:1997:AA1178
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de waarde van goodwill bij inbreng orthodontiepraktijk in BV
Belanghebbende, een orthodontist die zijn praktijk in 1992 inbracht in een besloten vennootschap, stelde dat de waarde van de goodwill van zijn praktijk ƒ 1.197.813 bedroeg, terwijl de inspecteur slechts ƒ 50.000 aanvaardde. Het geschil betrof de waardering van deze goodwill voor de inkomstenbelasting over 1991.
Tijdens de procedure stelde belanghebbende dat praktijkoverdrachten tussen orthodontisten regelmatig gepaard gaan met goodwillbetalingen en dat de praktijk een hogere waarde vertegenwoordigde dan door de inspecteur erkend. De inspecteur betwistte dit en stelde dat de genoemde overdrachten niet reëel waren en dat goodwill bij orthodontiepraktijken in het algemeen beperkt is tot de waarde van de praktijkorganisatie.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een zakelijke derde bereid zou zijn geweest een hogere goodwill te betalen dan ƒ 50.000. De stellingen over praktijkoverdrachten, norminkomens en exclusiviteitsregelingen werden onvoldoende onderbouwd. Ook werd vastgesteld dat het aandelenkapitaal van de BV hoger was dan de waarde van de ingebrachte onderneming.
Daarom verklaarde het hof het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag zoals opgelegd door de inspecteur. Een proceskostenvergoeding werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1991 wordt bevestigd.