ECLI:NL:GHARN:1997:AA1175
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- W.J.N.M. Snoijink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale gevolgen verkoop vruchtgebruik en aankoop lijfrente door belanghebbende
Belanghebbende had het vruchtgebruik van effecten verkocht aan een door haar zoon beheerde B.V. en in ruil daarvoor een lijfrente ontvangen. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op waarbij de lijfrentetermijnen werden belast als inkomen. Belanghebbende betwistte dit, stellende dat de transacties niet fiscaal gemotiveerd waren en dat de uitkeringen niet belastbaar zouden moeten zijn.
Het hof overweegt dat het vruchtgebruik voor de wettelijk maximale termijn was gevestigd en dat de verkoop ervan met lijfrente-uitkeringen een transactie in de inkomstensfeer betreft. Het hof verwerpt het standpunt van belanghebbende dat fiscale motieven geen rol speelden en concludeert dat fiscale overwegingen doorslaggevend waren bij het aangaan van de transacties.
Daarnaast acht het hof de stelling van belanghebbende dat zij zekerheid wilde over haar inkomen niet overtuigend, mede omdat de uitkeringen lager waren dan de geschatte opbrengsten uit het vruchtgebruik. Het hof oordeelt dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd en handhaaft deze. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof handhaaft de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en wijst het beroep van belanghebbende af.