ECLI:NL:GHARN:1997:1
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Kok
- Bierman
- Spoor
- Wentink
- De Lorijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot indeplaatsstelling wegens onvoldoende waarborgen voor bedrijfsvoering
In deze zaak ging het om de vordering van een pachter tot indeplaatsstelling van zijn zoon als nieuwe pachter van een landbouwbedrijf. De pachtkamer van het kantongerecht Maastricht had eerder geoordeeld dat onvoldoende was gebleken dat de voorgestelde pachter onvoldoende waarborgen bood voor een behoorlijke bedrijfsvoering, waarna het vonnis werd aangehouden.
Het hof heeft nader onderzoek gedaan naar de situatie van de voorgestelde pachter, die sinds 1992 in volledige dienstbetrekking werkt en geen bedrijfsplan of begroting heeft opgesteld voor de exploitatie van de boerderij. Ook bleek dat hij geen concrete voorbereidingen had getroffen om het bedrijf over te nemen, geen financieringsregeling had getroffen met de bank en onvoldoende kennis had van belangrijke bedrijfselementen zoals het melkquotum en de huurprijzen.
Het hof oordeelde dat de zoon geen serieus en goed voorbereid voornemen had om de boerderij te exploiteren en dat hij samen met zijn echtgenote een toekomst buiten de landbouw nastreeft. Hierdoor bood hij onvoldoende waarborgen voor een behoorlijke bedrijfsvoering. De vordering tot indeplaatsstelling werd daarom afgewezen en de pachter werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot indeplaatsstelling van de zoon als pachter wordt afgewezen wegens onvoldoende waarborgen voor een behoorlijke bedrijfsvoering.