ECLI:NL:GHARN:1996:AA4664
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijk geschil over compensatie verlies en heffingsrente 1982-1989
Belanghebbende, een vennootschap, had voor 1989 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd gekregen waarbij compensatie van een verlies uit 1982 werd geweigerd. Dit verlies was onderwerp van een langdurig geschil met de fiscus over de kwalificatie van verstrekte bedragen aan een dochteronderneming als verlies op leningen of informeel kapitaal.
Na bezwaar en een telefonisch overleg in november 1994 werd een compromis bereikt over de compensatie van een deel van het verlies uit 1982, maar de inspecteur weigerde heffingsrente kwijt te schelden. Belanghebbende voerde aan dat de heffingsrente ten onrechte werd berekend omdat zij binnen het drempeltijdvak voldoende duidelijke gegevens had verstrekt over het verlies.
Het hof oordeelde dat de aangifte met bijlage voldoende duidelijk melding maakte van het dispuut over het verlies uit 1982, zodat geen sprake was van een te lage aangifte in de zin van artikel 30c AWR. Daarom was het in rekening brengen van heffingsrente onterecht. Het hof vernietigde de uitspraak waarvan beroep en de daarbij verminderde aanslag en stelde de aanslag vast zonder heffingsrente, met inachtneming van het compromis over het verlies.
Het hof veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door mr. J.B.H. Röben namens het hof Arnhem op 11 april 1996.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 1989 wordt verminderd zonder heffingsrente en de proceskosten worden aan belanghebbende toegewezen.