ECLI:NL:GHARN:1995:AA4673
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- mr. Matthijssen
- prof. dr. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing aanmerkelijk belang bij verkoop aandelen en toepassing gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende betwist de aanslag inkomstenbelasting over 1985, waarbij een deel van haar inkomen uit aanmerkelijk belang is belast tegen het tarief van artikel 57, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De inspecteur heeft de aanslag ambtshalve verminderd, maar handhaaft het tarief op een inkomensbestanddeel van f 238.779,--. Belanghebbende vordert verdere vermindering met toepassing van het bijzondere tarief van artikel 57, lid 4.
De feiten betreffen de verkoop van aandelen EE door belanghebbende en haar mede-erven aan een dochtervennootschap van een bank, gefinancierd door een geldlening van DD aan de erven. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het aanmerkelijk-belangtarief van 20% van toepassing is op het genoemde inkomensbestanddeel, dan wel het bijzondere tarief.
Het hof oordeelt dat de rechtshandelingen zodanig zijn ingericht dat belanghebbende en haar mede-erven hun belang in DD behouden en dat toepassing van artikel 24 Wet Pro inkomstenbelasting 1964 en het gelijkheidsbeginsel vereisen dat het aanmerkelijk-belangtarief wordt toegepast. Het beroep op het arrest van de Hoge Raad uit 1994 wordt verworpen. Proceskosten worden aan belanghebbende toegekend vanwege gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het bestreden besluit, handhaaft de aanslag na ambtshalve vermindering en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.