ECLI:NL:GHARN:1994:AA4657
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag inzake aftrek kinderopvangkosten en inkomensgrondslag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting over 1992, waarin zijn belastbaar inkomen werd vastgesteld op f 20.997,-- met een belastingvrije som van f 5.225,--. Hij betwistte dat het gezamenlijke bruto-arbeidsinkomen van hemzelf en zijn echtgenote als basis diende voor de aftrek van kosten van kinderopvang, en stelde dat alleen zijn eigen inkomen als grondslag zou moeten gelden, mede op grond van het gelijkheidsbeginsel.
Tijdens de zitting werd toegelicht dat belanghebbende voor kinderopvangkosten van f 4.360,-- geen vergoeding van een werkgever ontving. De inspecteur handhaafde de aanslag en verwees naar een resolutie van de staatssecretaris waarin het gezamenlijke arbeidsinkomen als uitgangspunt wordt genomen, mede vanwege draagkrachtsoverwegingen.
Het hof oordeelde dat het verschil in behandeling tussen zelf betaalde en door de werkgever vergoede kinderopvangkosten objectief en redelijk is gerechtvaardigd, mede vanwege privacyaspecten en uitvoerbaarheid van de wetgeving. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.
Het hof zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees het beroep af. De uitspraak werd op 19 oktober 1994 te Arnhem gedaan door vice-president Van Schie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting wordt afgewezen en de aanslag bevestigd.