ECLI:NL:GHARL:2026:972
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- L. van Dijk
- M.A.F. Veenstra
- F. Menso
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over termijn en dwangsom bij terugverhuizing minderjarige in echtscheidingsprocedure
De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2020. Na het vertrek van de moeder uit de gezamenlijke woning in 2023 en een verhuizing zonder toestemming van de vader, is een echtscheidingsprocedure gestart. De rechtbank had de moeder verplicht binnen zes maanden terug te verhuizen met een dwangsom van €250 per dag.
In hoger beroep heeft de moeder zich niet langer verzet tegen de terugkeerverplichting, maar alleen tegen de termijn en de hoogte van de dwangsom. Tijdens de mondelinge behandeling bereikten partijen overeenstemming over een termijn van zes maanden na inschrijving van de echtscheiding en een lagere dwangsom.
Het hof oordeelt dat de dwangsom een proportionele prikkel moet zijn en matigt deze tot €50 per dag met een maximum van €5.000, waarbij de dwangsom pas verbeurd wordt als de moeder niet binnen zes maanden na de echtscheidingsbeschikking is terugverhuisd. Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid wordt afgewezen omdat de hoofdzaak vandaag wordt beslist.
Uitkomst: Het hof stelt de termijn van terugverhuizing vast op zes maanden na inschrijving van de echtscheiding en matigt de dwangsom tot €50 per dag met een maximum van €5.000.