Uitspraak
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland(de GI)
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de kinderrechter
4.De procedure bij het hof
- de vader met zijn advocaat
- de advocaat van de moeder
- twee vertegenwoordigers van de GI
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechtbank Midden-Nederland verlengde de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen tot 2 september 2026. De vader, die vanwege detentie en emotionele problemen niet in staat was voor de kinderen te zorgen, ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Hij verzocht onder meer om schorsing van de beschikking en om de kinderen bij hem te plaatsen of een contactregeling vast te stellen.
Het hof verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoeken, omdat dergelijke verzoeken niet voor het eerst in hoger beroep kunnen worden gedaan en de vader zijn schorsingsverzoek had ingetrokken. Het hof bevestigde dat de machtiging tot uithuisplaatsing terecht was gegeven, omdat de kinderen niet thuis kunnen wonen en de vader onvoldoende in staat is hen een veilige en passende opvoeding te bieden.
Hoewel de vader re-integratiedoelen nastreeft en trainingen volgt om beter met zijn emoties en kinderen om te gaan, acht het hof dit onvoldoende om de uithuisplaatsing te beëindigen. De kinderen zijn vanuit de thuissituatie bij de moeder geplaatst, en bij intrekking van de beschikking zouden zij terugkeren naar de moeder, niet naar de vader. De beschikking van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd en het hoger beroep van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing en verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoeken.