Uitspraak
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de rechtbank
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift
- het verweerschrift.
- de vader met zijn advocaat en een begeleider
- een vertegenwoordiger van de raad
- twee vertegenwoordigers van de GI.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechtbank Gelderland heeft op 6 augustus 2025 het gezag van de ouders over de minderjarige beëindigd en de gecertificeerde instelling belast met de voogdij. De ouders gingen in hoger beroep tegen deze beslissing, met name tegen de beëindiging van het gezag van de moeder. Het hof heeft de stukken bestudeerd en de zitting gehouden op 20 januari 2026.
Het hof stelt vast dat de minderjarige sinds 2017 onder toezicht staat en sinds 2023 in een perspectief biedend gezinshuis woont. De ouders erkennen dat zij niet in staat zijn de benodigde zorg te bieden en dat het opvoedperspectief niet bij hen ligt. Het belang van de minderjarige staat voorop, waarbij stabiliteit, continuïteit en zekerheid in de opvoedingssituatie cruciaal zijn.
Het hof oordeelt dat het gezag van de ouders moet worden beëindigd omdat het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de ouders niet binnen een aanvaardbare termijn zelf voor het kind kunnen zorgen. De moeizame samenwerking tussen ouders en de voogd, het risico op vertraging van noodzakelijke zorg en het ontbreken van een constructieve samenwerking maken voortzetting van het gezag onwenselijk. Het hof wijst het verzoek af om het gezag van alleen de moeder in stand te laten en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de ouders over de minderjarige wegens ernstige bedreiging van diens ontwikkeling.