ECLI:NL:GHARL:2026:903

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
200.357.786
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a lid 1 BWArt. 1:253a lid 4 BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging zorgregeling en afwijzing wijzigingsverzoeken ouders

De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2016. De rechtbank Gelderland wees op 2 mei 2025 de verzoeken van de moeder af om de zorgregeling te wijzigen, waarbij het hoofdverblijf van het kind bij de moeder is en de vader zorgmomenten in weekenden, woensdagen en vakanties heeft.

De moeder ging in hoger beroep en verzocht het hof om een zorgregeling waarbij het kind om de week op woensdag na school bij de vader verblijft en samen met hem naar voetbal gaat, zonder overnachtingen tijdens feestdagen en vakanties. De vader verzocht om een co-ouderschapsregeling met een gelijkwaardige verdeling van zorg en opvoeding.

Het hof oordeelde dat er sprake is van een emotioneel onveilig opvoedklimaat en dat het kind klem zit tussen de ouders. Het hof vond geen aanleiding om de zorgregeling te wijzigen of te beperken, omdat dit het kind onrust zou bezorgen en het belang van het kind niet dient. Ook het verzoek van de vader tot co-ouderschap werd afgewezen vanwege onvoldoende communicatie en samenwerking tussen ouders.

Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en benadrukte het belang van systeemtherapie om de situatie te verbeteren. De ouders werden aangespoord om zonder vertraging hiermee te starten, waarbij ook de zus van het kind mogelijk betrokken kan worden.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestaande zorgregeling en wijst de verzoeken tot wijziging en co-ouderschap af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.357.786
(zaaknummer rechtbank Gelderland 448707)
beschikking van 17 februari 2026
over de zorgregeling voor [de minderjarige]
in de zaak van
[verzoekster](de moeder)
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. J.F.I. Abadom
en
[verweerder](de vader)
die woont in [woonplaats2] , gemeente [gemeentenaam]
advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof

1.Samenvatting

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (hierna: de rechtbank), heeft op 2 mei 2025 de verzoeken van de moeder om de zorgregeling tussen de ouders voor [de minderjarige] te veranderen afgewezen. Het hof beslist dat dit zo moet blijven. Ook zal het hof het verzoek van de vader in hoger beroep tot het vaststellen van een zogenoemde co-ouderschapsregeling afwijzen. Het hof legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn de ouders van [de minderjarige] . [de minderjarige] is [in] 2016 geboren. De moeder en de vader hebben samen ook een minderjarige dochter.
2.2.
De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder
2.4.
In de beschikking van de kinderrechter van 29 juni 2023 is de volgende reguliere zorgregeling voor [de minderjarige] vastgesteld:
Weekenden en woensdagen
- [de minderjarige] gaat iedere twee weken het weekend naar de vader. Dat weekend valt in de even weken en is van vrijdag na school tot maandagochtend wanneer de vader [de minderjarige] naar school brengt;
- [de minderjarige] gaat tweewekelijks op woensdag in de oneven weken na school (de vader haalt hem op) naar de vader en de vader brengt hem om 18.30 uur terug naar de moeder.
De rechtbank heeft in die beschikking ook een uitgebreide zorgregeling voor tijdens vakanties en feestdagen vastgesteld, waarbij ten aanzien van de kerstvakantie het volgende is bepaald:
Kerstvakantie
- [de minderjarige] is de eerste week van de kerstvakantie bij de moeder;
- [de minderjarige] is de tweede week van de kerstvakantie bij de vader;
- De overdracht is op vrijdag om 09.00 uur;
- [de minderjarige] is op 1e kerstdag bij de moeder. In het geval [de minderjarige] in die week bij de vader is dan brengt de vader [de minderjarige] naar de moeder op 1e kerstdag om 09.00 uur;
- [de minderjarige] is op 2e kerstdag bij de vader. In het geval [de minderjarige] in die week bij de moeder is dan brengt de moeder [de minderjarige] bij de vader om 09.00 uur. De vader brengt [de minderjarige] naar de moeder op 27 december om 09.00 uur wanneer deze datum in de 1e week van de vakantie valt.
- [de minderjarige] viert oud en nieuw ieder jaar bij de vader, omdat hij in de 2e week van de kerstvakantie bij de vader is.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De moeder heeft verzocht de zorgregeling voor [de minderjarige] te wijzigen, zodat [de minderjarige] om de week (in de oneven weken) op woensdag na school bij de vader verblijft en ’s avonds samen met hem naar voetbal gaat, waarna de moeder [de minderjarige] na voetbal ophaalt en mee naar huis neemt en waarbij [de minderjarige] tijdens feestdagen en in vakanties op bezoek gaat bij de vader zonder bij de vader te overnachten, of een zorgregeling vast te stellen die de rechtbank juist vindt.
3.2.
De rechtbank heeft het verzoek van de moeder afgewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 2 mei 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en dat het hof haar verzoeken in hoger beroep toewijst. De moeder wil een zorgregeling waarbij [de minderjarige] :
- om de week (in de oneven weken) op woensdag na school bij de vader verblijft en samen met hem 's avonds naar voetbal gaat, waarna de moeder [de minderjarige] na voetbal ophaalt en mee naar huis neemt
- in de oneven weekenden enkel op bezoek gaat bij de vader, zonder overnachting en
- tijdens feestdagen en in vakanties enkel op bezoek gaat bij de vader, zonder bij de vader te overnachten.
Als dit niet wordt toegewezen wil de moeder een zorgregeling waarbij [de minderjarige] :
- om de week, in de oneven weken, het weekend bij de vader verblijft
- op de woensdag in de oneven weken na school bij de vader is, waarna de moeder hem na de voetbaltraining ophaalt en
- de feestdagen en vakanties worden bij helfte verdeeld, waarbij [de minderjarige] de eerste week van de
kerstvakantie bij de vader is, en de tweede bij de moeder.
4.2.
De vader wil een co-ouderschapsregeling waarbij sprake is van een gelijkwaardige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en het wisselmoment plaatsvindt op vrijdagmiddag 14.00 uur (uit school).
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift
  • het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep
  • het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep
  • de stukken van de vader ingediend op 6 januari 2026
  • de stukken van de moeder ingediend op 6 januari 2026
4.4.
[de minderjarige] heeft op 12 januari 2026 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Hij heeft verteld wat hij van de zorgregeling vindt. [de minderjarige] heeft tijdens het gesprek laten weten dat hij de beslissing van het hof over de zorgregeling graag van zijn moeder hoort.
4.5.
De zitting bij het hof was op 13 januari 2026. Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat
  • de vader met zijn advocaat
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad)

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige] en dat betekent onder andere dat zij samen beslissen over de zorgregeling. Een geschil daarover kan op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechter worden voorgelegd. [2] De rechter kan een beslissing over de zorgregeling wijzigen als de omstandigheden daarna zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. [3] De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
5.2.
Niet betwist is dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden die een hernieuwde beoordeling van de zorgverdeling rechtvaardigt.
Hoe oordeelt het hof?
Geen noodzaak voor nader onderzoek
5.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is de mogelijkheid om de raad een onderzoek te laten doen besproken. Het hof acht zich op grond van de stukken en de mondelinge behandeling echter voldoende voorgelicht om nu een beslissing te kunnen nemen, zodat geen noodzaak bestaat om een onderzoek door de raad te gelasten.
De zorgregeling
5.4.
Het hof is het eens met de beslissing van de rechtbank en de redenen die de rechtbank voor die beslissing heeft gegeven. De beslissing van de rechtbank zal daarom in stand blijven (worden bekrachtigd). Het hof vindt ook dat de rechtbank die beslissing goed heeft uitgelegd en het hof neemt die uitleg na eigen onderzoek daarom over. Het hof zal hierna uitleggen waarom het hof het eens is met de beslissing van de rechtbank.
5.5.
Uit de stukken, het gesprek dat het hof met [de minderjarige] had en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt dat er grote zorgen zijn over [de minderjarige] . Zo blijkt uit het rapport van Veilig Thuis dat er sprake is van een emotioneel onveilig opvoedklimaat gecreëerd door de strijd en het gebrek aan communicatie tussen de ouders. Deze situatie is zo ernstig dat die door Veilig Thuis wordt gekwalificeerd als kindermishandeling. Gelet hierop is het voor het hof voldoende duidelijk [de minderjarige] enorm klem zit tussen zijn ouders. Anders dan de moeder stelt verwacht het hof, net als de vader en de raad, niet dat de oorzaak van de spanningen bij [de minderjarige] worden weggenomen door de contacten tussen [de minderjarige] en zijn vader te beperken. Zoals de rechtbank al heeft overwogen is een wijziging of drastische vermindering van de zorgregeling hiervoor geen oplossing. Het hof zal net als de rechtbank het verzoek van de moeder om de zorgregeling te beperken daarom afwijzen. De zorgregeling wordt nageleefd en [de minderjarige] is daaraan gewend. Het is niet in zijn belang om die regeling nu te veranderen. Het risico is ook aanwezig dat een verandering ten onrechte aan [de minderjarige] het signaal geeft dat de vader niet goed voor [de minderjarige] kan zorgen. In het gesprek met het hof heeft [de minderjarige] verteld dat hij het bij de vader niet naar zijn zin heeft. Zoals op de zitting bij het hof is besproken en door de raad voor de kinderbescherming ook is benoemd, is dit een manier voor [de minderjarige] om zich te uiten over de algehele situatie waarin hij zich niet prettig voelt. Mogelijk is het ook ingewikkeld voor hem dat zijn zus al een paar jaar geen contact meer heeft met de vader terwijl van hem verwacht wordt wel regelmatig bij de vader te zijn.
5.6.
Omdat het verzoek van de moeder om de zorgregeling te beperken niet wordt toegewezen, zal het hof vervolgens oordelen over de verzoeken van de moeder om de zorgregeling te wijzigen in die zin dat de weekenden (even/oneven) worden omgewisseld en om de zorgregeling tijdens de kerstvakantie te wijzigen.
5.7.
De moeder stelt zich op het standpunt dat de ouders in het verleden in overleg zijn afgeweken van de reguliere zorgregeling en dat zij als gevolg daarvan in de praktijk al jaren lang een ‘omgekeerde’ regeling hanteren waarbij [de minderjarige] in de oneven weken het weekend bij de vader is. De vader betwist dat en stelt dat er zo nu en dan een wisseling was, maar dat er geen sprake is geweest van een omgekeerde regeling.
Het hof ziet, mede gelet op de tegenstrijdige verklaringen van de ouders over hoe de zorgregeling in het verleden is uitgevoerd, in wat de moeder stelt geen aanleiding om de zorgregeling te wijzigen. Het hof vindt in dat kader van belang dat de vader heeft laten weten dat hij zijn leven zo heeft ingericht dat hij in de even weekenden tijd met [de minderjarige] kan doorbrengen, dat de kinderen van zijn partner waarmee [de minderjarige] een goede klik heeft dat weekend ook bij zijn partner zijn en dat de vader niet gemakkelijk van weekend kan wisselen met behoud van het contact tussen [de minderjarige] en de kinderen van zijn partner. Het hof zal het verzoek van de moeder om de reguliere zorgregeling te wijzigen dan ook afwijzen.
5.8.
De moeder verzoekt het hof ook om de weken van de kerstvakantie te wisselen omdat de moeder als gevolg van de huidige zorgregeling tijdens de kerstvakantie al jaren geen oud en nieuw met [de minderjarige] heeft kunnen vieren. Het hof ziet hierin echter geen aanleiding om de zorgregeling tijdens de kerstvakantie te wijzigen. Gelet op de verdeling van de kerstdagen waarbij [de minderjarige] de eerste kerstdag bij de moeder en de tweede kerstdag bij de vader is, zal het omwisselen van de weken meer wisselingen voor [de minderjarige] met zich meebrengen. Dat geeft onrust. Het hof vindt dit gelet op de gespannen verhoudingen tussen de ouders niet in het belang van [de minderjarige] . Het hof zal dit verzoek van de moeder dan ook afwijzen. Wel benadrukt het hof in dit kader dat het de ouders vrij staat om in onderling overleg af te wijken van vastgestelde zorgregeling.
5.9.
De vader verzoekt het hof een zogenoemde co-ouderschapsregeling vast te stellen waarbij sprake is van een gelijkwaardige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Het hof vindt dat een co-ouderschap in ieder geval op dit moment een stap te ver is. Duidelijk is dat de communicatie en de samenwerking tussen de ouders hier niet voldoende voor is en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de ouders nog bezig zijn met het doorlopen van een Parallel Solo Ouderschap traject. Het hof zal dit verzoek van de vader dan ook afwijzen.
5.10.
In aanvulling op het voorgaande merkt het hof het volgende op. Zoals de raad tijdens de mondelinge behandeling heeft benadrukt zit [de minderjarige] als gevolg van de strijd tussen de ouders inmiddels al jaren klem tussen hen. Belangrijk is dat hier verbetering in komt. In dat kader heeft de raad de ouders tijdens de mondelinge behandeling geadviseerd om in het belang van [de minderjarige] zonder verdere vertraging in te zetten op systeemtherapie. Zowel de moeder als de vader hebben laten weten zich te realiseren dat zo langer doorgaan geen verbetering in de situatie zal brengen en dat zij in het belang van [de minderjarige] openstaan voor systeemtherapie. Het hof verwacht dan ook van de ouders dat zij dit zonder verdere vertraging zullen oppakken, waarbij het hof opmerkt dat ook de dochter van partijen mogelijk in de systeemtherapie kan worden betrokken.
5.11.
[de minderjarige] wil de beslissing van het hof graag van de moeder horen. Met de moeder is op de zitting afgesproken dat zij daarvoor zal zorgen.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 2 mei 2025;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, P.B. Kamminga en M.E.L. Klein, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier, en is op 17 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Waarbij het hof de punten 1 tot en met 9 buiten beschouwing laat omdat deze in strijd zijn met de regel dat in hoger beroep iedere partij één schriftelijke ronde krijgt.
2.artikel 1:253a lid 1 BW.
3.artikel 1:253a lid 4 in samenhang met artikel 1:377e BW.