Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- [de minderjarige] en de vader twee keer in de week voor de duur van één uur begeleide omgang met elkaar hebben, waarbij de moeder afwezig is;
- als [naam1] de begeleide omgang kan faciliteren de moeder verplicht is om hieraan mee te werken vanaf het moment dat er plek is;
- dat de begeleide omgang plaatsvindt bij een instelling in of nabij de woonplaats van de moeder ( [woonplaats1] ), dan wel een andere passende locatie die voor de moeder goed bereikbaar is;
- dat de begeleide omgang tussen de vader en [de minderjarige] zal worden vastgelegd met een video opname of dat de moeder kan observeren via een eenzijdige spiegelruimte,
- dat van de begeleide omgang een verslag wordt opgesteld door de begeleider;
- dat het hof bij de beoordeling expliciet acht slaat op de verdragsrechtelijke verplichtingen uit artikel 31 van Pro het Verdrag van Istanbul, artikel 3 en Pro 19 IVRK en artikel 8 EVRM Pro, en dat het gedrag van de vader wordt gekwalificeerd als intieme terreur, met als gevolg dat omgang slechts onder strikte voorwaarden en uitsluitend onder professionele begeleiding kan plaatsvinden, dan wel geheel wordt uitgesloten indien de veiligheid van het kind niet kan worden gewaarborgd;
- althans een beslissing te nemen die het hof juist vindt.