ECLI:NL:GHARL:2026:893
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- C. Coster
- E.B.E.M. Rikaart-Gerard
- K.H.P. Selcraig
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: onvoldoende financiële gegevens man, vaststelling draagkracht en ingangsdatum
De zaak betreft een hoger beroep over de vaststelling van kinderalimentatie voor een minderjarige geboren in 2020. De man, juridische vader en onderhoudsplichtige, betwistte de hoogte van de alimentatie en stelde onvoldoende draagkracht te hebben. De rechtbank had de alimentatie vastgesteld op €270 per maand vanaf 25 februari 2025.
In hoger beroep leverde de man onvoldoende financiële stukken aan om zijn draagkracht te berekenen, ondanks toezeggingen. Hij had zijn onderneming in februari 2025 gestaakt en leefde deels van het inkomen van zijn partner. Zijn stelling dat hij slechts €25 per maand kon betalen werd niet onderbouwd. De vrouw verzocht tevens om de ingangsdatum van de alimentatie te vervroegen naar de datum van het verzoekschrift, 21 september 2023.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie en daarom zijn draagkracht niet kon worden vastgesteld. De behoefte van het kind werd vastgesteld op €238,76 per maand vanaf 21 september 2023, met jaarlijkse indexering. De ingangsdatum werd vastgesteld op de datum van het verzoekschrift, omdat de man toen al onderhoudsplichtig was. De grief van de man faalde, de grief van de vrouw slaagde.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover het de kinderalimentatie betrof en het hof stelde de alimentatie vast op het genoemde bedrag met terugwerkende kracht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op basis van de behoefte van het kind met terugwerkende kracht vanaf de datum van het verzoekschrift, omdat de man onvoldoende financiële gegevens aanleverde.