ECLI:NL:GHARL:2026:889

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
21-005026-23
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen hennepteelt na vernietiging vonnis rechtbank

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt en het voorhanden hebben van een gasdrukpistool. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank vanwege een andere beoordeling van het bewijs.

Het hof stelt vast dat verdachte gedurende minimaal zes maanden betrokken was bij een hennepkwekerij in een loods op zijn terrein. Verdachte had de beschikking over de loods, de sleutels, een camerasysteem waarmee hij toezicht hield en stelde zijn bestelbus ter beschikking voor activiteiten rondom de kwekerij. De verklaring van verdachte dat hij niets wist van de kwekerij acht het hof ongeloofwaardig.

Het hof spreekt verdachte vrij van het voorhanden hebben van het gasdrukpistool omdat niet kan worden bewezen dat hij daarvan kennis had of beschikkingsmacht bezat. Gelet op de ernst van het feit, de professionele inrichting van de kwekerij en de overschrijding van de redelijke termijn legt het hof een taakstraf van 80 uur op, subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis voor medeplegen hennepteelt en vrijgesproken van het voorhanden hebben van een gasdrukpistool.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005026-23
Uitspraakdatum: 16 februari 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 17 oktober 2023 met het parketnummer 18-134042-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 2 februari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • vernietiging van het vonnis van de rechtbank;
  • veroordeling van verdachte voor de onder 1 primair (medeplegen van hennepteelt) en 2 (voorhanden hebben van een wapen) ten laste gelegde feiten tot een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.C. van Galen, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte, zoals volgt uit het hiervoor genoemde vonnis, voor de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs (de bewezenverklaring en de gebezigde bewijsmiddelen) dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 september 2018 te [plaats] , [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een pand/loods aan de [adres] , meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval in genoemd(e) pand/loods opzettelijk aanwezig heeft gehad, een groot aantal, in elk geval een hoeveelheid, hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer andere en/of onbekend gebleven persoon/personen in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 september 2018 te [plaats] , [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans één van hen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk in een pand/loods aan de [adres] heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval in genoemd(e) pand/loods opzettelijk aanwezig heeft gehad, een groot aantal, in elk geval een hoeveelheid, hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 september 2018 te [plaats] , [gemeente] , (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die andere(n) en/of onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand/loods voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;
2.
hij op of omstreeks 17 september 2018 te [plaats] , [gemeente] , een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukpistool (merk Umarex, type COP), voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging feit 1: deelneming aan hennepteelt?

Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte in de ten laste gelegde periode samen met anderen hennep heeft geteeld..
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft – kort samengevat – bepleit dat verdachte moet te worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde feit (kort gezegd: medeplegen van hennepteelt). Hij heeft aangevoerd dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte een bijdrage heeft geleverd aan de hennepteelt. Verdachte was overdag aan het werk, hield zich niet bezig met de kwekerij in de loods achter het huis en de in de woning aangetroffen camerabeelden beslaan slechts een periode van zes weken terwijl een periode van bijna negen maanden ten laste is gelegd. Verdachte heeft ten hoogste de loods ter beschikking gesteld. Voor wat betreft het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit (kort gezegd: medeplichtigheid aan hennepteelt) refereert de verdediging zich dan ook aan het oordeel van het hof.
Het oordeel van het hof
Uit de hiernavolgende bewijsmiddelen volgt dat in de loods achter de woning waar verdachte op dat moment verbleef in ieder geval 6 maanden lang (van januari 2018 tot en met juni 2018) een hennepkwekerij actief is geweest aan de [adres] te [plaats] . [1]
Medeplegen/ medeplichtigheid
Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte bij die kwekerij betrokken was en alsdan of zijn rol kan worden aangeduid als die van medepleger of medeplichtige. Het hof stelt voorop dat voor de kwalificatie van medeplegen een bewuste en nauwe samenwerking is vereist. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat daarvan sprake is als de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling daarvan, kan de rechter onder andere rekening houden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van verdachte.
Verdachte heeft wisselend verklaard over zijn betrokkenheid bij de hennepkwekerij, die werd aangetroffen in de loods op het terrein bij de woning waar verdachte destijds woonde. Bij de politie heeft hij in het najaar van 2018 aanvankelijk verklaard dat hij niets wist van de hennepkwekerij. Op de zitting bij de rechtbank in oktober 2023 heeft hij vervolgens gedetailleerd verklaard dat hij de loods op het terrein ter beschikking had gesteld aan derden en dat hij wist wat daar gebeurde. [medeverdachte 1] (
het hof begrijpt: [medeverdachte 1] , de toenmalig partner van verdachte’s dochter) was volgens verdachte de man achter de hennepkwekerij. Zij hadden een ‘verdeling van 70/30’ afgesproken. Op de zitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij op advies van zijn toenmalige advocaat in eerste aanleg heeft verklaard dat hij wist van de hennepkwekerij en dat hij er geld voor zou krijgen, maar dat hij daar niet naar waarheid heeft verklaard. Hij wist niets van de hennepkwekerij af en heeft zijn loods niet hiervoor ter beschikking gesteld. Hij dacht dat de jongens (
het hof begrijpt: onder andere medeverdachte en zoon van zijn toenmalig partner [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]) daar alleen aan het ‘chillen’ waren.
Op basis van het voorliggende procesdossier kan naar het oordeel van het hof buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij de hennepkwekerij en dat zijn rol kan worden geduid als die van medepleger.
Het hof vindt daarbij van belang dat verdachte destijds woonachtig was in de woning aan de [adres] en daarbij ook beschikking had over het bijbehorende terrein en de daarop staande loods en dat hij in het bezit was van de sleutels die pasten op het slot van de enige deur die toegang gaf tot de loods en de zich daarin bevindende kwekerij. Ook de aanwezigheid van een camerasysteem in de woning waarmee hij zicht had op alles wat er op het erf gebeurde en wat zich in de loods met de hennepkwekerij afspeelde, duidt erop dat verdachte wist wat er gaande was. Steun hiervoor vindt het hof in de verklaring van [getuige] , verdachte’s toenmalig partner, bij de raadsheer commissaris waarin zij beschrijft ‘dat het scherm van de camera’s in de kamer de eettafel stond en mensen die op visite kwamen de wietplantage dus konden zien’. Als hoofdbewoner (en betaler van de vaste lasten) werd verdachte verder geacht zeggenschap te hebben gehad over het plaatsen van de camera’s en het doel daarvan. Ten slotte leidt het hof die wetenschap ook af uit het op het terrein in de hondenkennel aangetroffen hennepafval. Het hof is daarom, met de rechtbank, van oordeel dat verdachte beschikkingsmacht had over de kwekerij, dat hij fungeerde als opzichter van de kwekerij en daarmee medepleger is. De verklaring van verdachte op de zitting van het hof, dat hij niets van de hennepkwekerij wist, acht het hof dan ook volstrekt ongeloofwaardig.
Op grond van al het voorgaande kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend worden bewezen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen, zodat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het telen van hennep.
Bewijsmiddelen feit 1 primair: medeplegen van hennepteelt
Het hof komt tot deze bewezenverklaring op grond van de hiernavolgende bewijsmiddelen.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 18 september 2018, opgenomen op pagina 564 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018187012 (Eekhoorn/NNRBA180222) d.d. 11 juli 2019, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op 17 september 2018 werd er een hennepkwekerij aangetroffen in de loods op het adres
[adres] te [plaats] .
Kweekruimte 1:
Ruimte 1 was ingericht met verschillende apparatuur voor het telen van hennep. Wij zagen dat de plantenbakken gevuld waren met nieuwe potgrond. Wij zagen dat er op de vloer van de ruimte vijver folie lag. Wij zagen dat de wanden van de ruimte bekleed waren met reflectiefolie.
- Er stonden 280 plantenbakken van 25 cm bij 25 cm in kweekruimte 1, die waren gevuld met potgrond. Er stonden 16 potten per vierkante meter.
- In totaal hingen er in de kweekruimte 24 assimilatielampen van 600 watt.
- In de kweekruimte bevonden zich drie (3) koolstoffilters.
- De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.
- Er hing één thermostaat in kweekruimte l.
- Er hingen zes (6) ventilatoren van 45 watt in kweekruimte 1.

Kweekruimte 2:

Ruimte 3:

Ruimte 4:

Ruimte 5:

In ruimte 3, 4 en 5 waren lege jerrycan en flessen hennepvoeding aangetroffen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 februari
2019, opgenomen op pagina 628 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Tijdens de ontmanteling van de hennepkwekerij werd in de loods een elektriciteitskabel aangetroffen ten behoeve van de hennepkwekerij. Deze kabel bleek aangelegd te zijn, vanuit de woning naar de loods achter op het erf en was rechtstreeks op het schakelpaneel van de hennepkwekerij gemonteerd. De kabel bleek uit te komen in de kruipruimte van de woning, ter hoogte van de meterkast.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden verdachten hennepkwekerij d.d. 20 februari 2019, opgenomen op pagina 732 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Uit de bekeken camerabeelden is gebleken dat:
- [verdachte] als hij thuis is, onbekende personen met een personenauto, circa 8 uren, op zijn erf toelaat. Deze personen vervolgens in de nachtelijke uren weer van het erf laat vertrekken zonder dat hij deze mensen aanspreekt. Dit gebeurde in de periode van 17 juni 2018 tot en met 28 juli 2018, tweemaal.
- [verdachte] een camerasysteem in zijn woning heeft, bestaande uit een beeldscherm, bedieningsapparatuur en een harde schijf, waarmee hij zicht heeft op alles wat er op zijn erf gebeurt en wat er in de loods met de hennepkwekerij plaatsvindt. Daarnaast is hij in bezit van een Duitse herdershond die zeer waaks is. Echter, als de onbekende knipploeg op het erf arriveert wordt deze hond in de hondenkennel gezet.
- [verdachte] de sleutels van het hangslot, van de enige toegangsdeur van de loods, in zijn woning heeft. De loods die nagenoeg in zijn geheel ingericht is als hennepkwekerij.
- [verdachte] zijn bestelbus ter beschikking stelt aan [medeverdachte 1] en zijn stiefzoon [medeverdachte 2] om goederen ten behoeve van de hennepkwekerij op te halen en tevens afval uit de hennepkwekerij weg te brengen.
- [verdachte] in zijn hondenkennel en op zijn erf een grote hoeveelheid afval aanwezig heeft afkomstig uit de hennepkwekerij.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen doorzoeking woning d.d. 26 september 2018, opgenomen op pagina 557 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op het terreintje naast de loods zagen wij vuilniszakken liggen. De vuilniszakken hebben wij geopend en wij zagen dat hier hennep gerelateerd afval in zat (teelaarde, plantenresten en stekblokjes). Onder andere werden 2.425 stekblokjes aangetroffen en een hoeveelheid (verpakkingen van) voedingsmiddelen.
Betreden loodsWij hebben bovengenoemde loods betreden. De toegangsdeur was voorzien van een hangslot. De bevestigingsplaat waar het hangslot de deur mee op slot hield, hebben wij verbroken. In de keuken van de woning troffen wij aan een haakje een sleutelbos aan. Hierbij bleek dat drie van de sleutels pasten op het hangslot waarmee de loods met daarin de hennepkwekerij was afgesloten.
Doorzoeking woning
Vindplaats
Betreft
Omschrijving
Keuken (BG)
Gegevensdragers
Camerasysteem me twee harde schijven
Keuken (BG)
Hennep
Hennep in plastic potje
Woonkamer (BG)
Hennep
Plastic zak met hennep
Slaapkamer (1e verdieping)
Hennep
Hennepgruis en hennep
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 november 2018, opgenomen op pagina 1175 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte [medeverdachte 2] :
Ik deed de stekjes erin, ik gaf ze water, ik droogde het en ik heb de plantjes geknipt. Ik heb dit ongeveer 1 jaar gedaan, misschien anderhalf jaar.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen aanvullende indicatoren eerdere oogsten opgenomen op pagina 630 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op de veiliggestelde camerabeelden was zichtbaar dat in juli 2018 de installatie in de kweekruimte werd ontmanteld en vernieuwd met diverse nieuwe materialen.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] bij de raadsheer-commissaris van 24 januari 2025, inhoudende het verhoor als getuige in de strafzaak tegen verdachte:
Had hij weet van de kwekerij, weet u dat?
Dat zou mij niks verbazen. Er stond een scherm van de camera’s in de kamer bij ons aan de eettafel. Dus mensen die op visite kwamen, konden die wietplantage zien.

Vrijspraak feit 2

Bij de doorzoeking in de woning van verdachte is een gasdrukpistool aangetroffen in de keuken. Het wapen is omgebouwd zodat het wapen qua uiterlijk overeenkomt met een daadwerkelijk vuurwapen. Uit het dossier en wat op de zitting van het hof is besproken volgt dat het in de woning waar verdachte met zijn toenmalig partner verbleef een komen en gaan was van mensen. Daarbij komt dat niet bekend is hoelang dat wapen zich al in de woning heeft bevonden. Daarom is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte wetenschap van en beschikkingsmacht over het gasdrukpistool heeft gehad, zodat hij van het onder 2 ten laste gelegde voorhanden hebben van dat wapen zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primair
hij in de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 september 2018 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, in een loods aan de [adres] , meermalen, telkens opzettelijk heeft geteeld, een groot aantal hennepplanten en delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, mocht het hof tot bewezenverklaring van één of meer feiten komen, verzocht om rekening te houden met een veroordeling van een datum na het onderhavige feit (artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht) en met de forse overschrijding van de redelijk termijn sinds 2018. Al deze tijd heeft deze zaak boven zijn hoofd gehangen.
Het oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdacht heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het telen van hennep van een grote hoeveelheid gedurende een periode van in ieder geval zes maanden. In de loods op het terrein bij de woning waar verdachte destijds woonde is een hennepkwekerij aangetroffen. Verdachte beheerde de toegang tot alsook het toezicht rondom de loods door middel van camera's. De professionele inrichting van de kwekerij en de hoeveelheid plantenbakken (in totaal 575) maken aannemelijk dat de eerder gekweekte hennep bestemd was voor verdere verspreiding en handel. Daarmee gaan vaak ook andere vormen van criminaliteit gepaard. Door zo te handelen heeft de verdachte opzettelijk bijgedragen aan de instandhouding van het illegale circuit rondom de handel in en het gebruik van softdrugs. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat hennep een stof is die, eenmaal in het verkeer gebracht, schadelijk kan zijn en risico’s meebrengt voor de gezondheid van gebruikers.
Bij de op te leggen straf heeft het hof gekeken naar het strafblad van verdachte van 29 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, maar niet voor soortgelijke feiten. Daarnaast zijn de veroordelingen van een geruime tijd geleden. Dit betekent dat verdachte’s strafblad niet wezenlijk van invloed is geweest bij de strafbepaling
Bij de straftoemeting heeft het hof ook gekeken naar de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken kijkend naar het aantal planten worden opgelegd, zoals die tot uitdrukking komen in de zogeheten oriëntatiepunten van het Landelijke Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna:LOVS). De oriëntatiepunten nemen voor meerderjarigen als uitgangspunt een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden bij het telen van 500-1000 hennepplanten.
Verder houdt het hof rekening met het tijdsverloop tussen het plegen van het feit en het arrest van het hof. Verdachte is op 13 november 2018 in verzekering gesteld en de rechtbank heeft vonnis gewezen op 17 oktober 2023. Op 30 oktober 2023 heeft verdachte hoger beroep ingesteld. De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens is met name in eerste aanleg fors overschreden. Het hof zal dezelfde straf opleggen als die de rechtbank heeft opgelegd. Bij deze straf is door de rechtbank rekening gehouden met de forse overschrijding van de redelijke termijn. Nu deze straf aanzienlijk lager is dan wat gebruikelijk voor deze feiten wordt opgelegd, is daarin naar het oordeel van het hof ook al voldoende rekening gehouden met de vrijspraak van feit 2 en de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
Alles afwegende acht het hof een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden
.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. M.C. Fuhler, mr. R. Godthelp en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier mr. A. Abdulkarim en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 16 februari 2026.

Voetnoten

1.Verdachte verbleef in de ten laste gelegde periode met zijn toenmalige partner [getuige] en haar twee zonen in de woning en betaalde daarvoor de hypotheek, terwijl de woning zelf op naam stond van zijn vorige partner.