ECLI:NL:GHARL:2026:825

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
21-001664-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 197a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof veroordeelt verdachte tot gevangenisstraf voor medeplegen mensensmokkel

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 11 februari 2026 het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland vernietigd en in hoger beroep opnieuw recht gedaan. De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van mensensmokkel in de periode van 1 tot en met 29 juni 2023, waarbij hij samen met een ander een persoon vanuit Duitsland naar Nederland vervoerde met het doel asielaanvraag.

De rechtbank had de verdachte eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van voorarrest, en de teruggave van een in beslag genomen telefoon en geldbedrag bevolen. Het gerechtshof bevestigde de straf en de teruggave, maar kwam op een onderdeel van het bewijs tot een andere beslissing.

De verdediging voerde geen onderbouwde betwisting van het bewijs aan, waardoor het hof het bewezenverklaarde feit als wettig en overtuigend bewezen beschouwde. De strafmaat werd bepaald op basis van de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en vergelijkbare zaken. Het hof achtte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

De verdachte werd vrijgesproken van onderdelen van de tenlastelegging die niet bewezen konden worden. De in beslag genomen telefoon en het geldbedrag van €750 werden teruggegeven aan de verdachte. De straf is gebaseerd op de artikelen 47 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van mensensmokkel met teruggave van in beslag genomen voorwerpen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001664-25
Uitspraakdatum: 11 februari 2026
Tegenspraak
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 31 maart 2025 met het parketnummer 18-296390-23 in de strafzaak van de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ), wonende te [adres] , zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

Het hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het hierboven genoemde vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Het onderzoek van de zaak

Het gerechtshof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het gerechtshof van 28 januari 2026 is besproken en wat op de zitting van de rechtbank is besproken.
Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof de verdachte voor het medeplegen van mensensmokkel zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 3 maanden en dat het gerechtshof dezelfde beslissing als de rechtbank zal geven over de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen.
Verder heeft het gerechtshof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr A.D. Kupelian, waarnemend voor mr. T. der Bedrosian, is aangevoerd op de zitting in hoger beroep.

Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht

Het hoger beroep is gericht tegen het hierboven genoemde vonnis. In dat vonnis heeft de rechtbank de verdachte voor het medeplegen van mensensmokkel veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van de periode die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.
Verder heeft de rechtbank beslist dat de onder de verdachte in beslag genomen telefoon, Samsung Galaxy A10, en een geldbedrag van € 750,00 teruggeven dienen te worden aan de verdachte.
Het gerechtshof komt in dit arrest op een enkel onderdeel tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank. Het gerechtshof vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 29 juni 2023, althans in 2023, in de gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door een persoon, te weten [naam] , althans een persoon, met een auto (merk Mazda, [kenteken] ) op te halen op/vanaf een plaats waar die persoon in Duitsland was afgezet of terechtgekomen, en/of te vervoeren naar vanuit Duitsland naar Nederland, met als eindbestemming (een aanmeldcentrum te) [plaats] , en met als doel dat die persoon daar asiel zou aanvragen, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat het handelen van de verdachte geen mensensmokkel is in de klassieke zin. De raadsman heeft geen conclusie ten aanzien van het bewijs verbonden aan hetgeen op dit punt is aangevoerd. Hetgeen aldus is aangevoerd wordt door het gerechtshof niet beschouwt als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ter betwisting van bewijs.
Op grond van het bovenstaande behoeft het pleidooi van de raadsman hier geen verdere bespreking.

Bewezenverklaring

Het gerechtshof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan, te weten dat:
hij in de periode van 1 tot en met 29 juni 2023 in de gemeente [gemeente] en elders in Nederland en in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander, behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland, of daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
door een persoon, te weten [naam] , met een auto, merk Mazda, [kenteken] , op te halen vanaf een plaats waar die persoon in Duitsland was terechtgekomen en te vervoeren vanuit Duitsland naar Nederland, met als eindbestemming een aanmeldcentrum te [plaats] , en met als doel dat die persoon daar asiel zou aanvragen, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang wederrechtelijk was.
Het gerechtshof spreekt de verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde feit

Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:
medeplegen van mensensmokkel.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat de verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het gerechtshof rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van de verdachte.
Met betrekking tot de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:
  • de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
  • de omstandigheid dat de verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel. Hij heeft hiervoor onder meer een chauffeur ( [medeverdachte] ) geregeld. Door mensensmokkel wordt het overheidsbeleid inzake de bestrijding van illegaal verblijf en illegale toegang van personen tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist.
De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit;
 de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht inzake mensenhandel.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:
  • de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 december 2025. Daaruit blijkt dat hij niet in Nederland is veroordeeld ter zake van enig strafbaar feit;
  • de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek op de zitting in hoger beroep is gebleken.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft het gerechtshof verder aansluiting gezocht bij de straffen die in gevallen vergelijkbaar met deze zaak - inclusief de weging van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte - worden opgelegd.
Naar het oordeel van het gerechtshof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. De raadsman van de verdachte heeft in het kader van het door hem gevoerde strafmaatverweer geen zodanig bijzondere of relevante feiten of omstandigheden aangevoerd dat het gerechtshof de oplegging van een andere strafmodaliteit aangewezen acht. Ook overigens is het gerechtshof niet gebleken van dergelijke feiten of omstandigheden.
Op grond van het bovenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving en vergelding acht het gerechtshof passend en geboden de oplegging van de gevangenisstraf die de advocaat-generaal heeft geëist. Het gerechtshof zal daarom opleggen een gevangenisstraf van
3 maanden, met aftrek van de periode die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.

In beslag genomen voorwerpen

Onder de verdachte zijn in beslag genomen - en nog niet terug gegeven - een telefoon, Samsung Galaxy A10, en een geldbedrag van € 750,00. Het gerechtshof beslist dat deze voorwerpen dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 47 en 197a van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften zijn toegepast zoals deze golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
een telefoon, Samsung Galaxy A10, en een geldbedrag van € 750,00.
Dit arrest is gewezen door mr. M.C. Fuhler, mr. A.J. Rietveld en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier H. Kingma en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 11 februari 2026.