ECLI:NL:GHARL:2026:768

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
200.333.106
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 WvKArt. 3:185 BWArt. 186 RvArt. 198 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige voor waardebepaling percelen in geschil tussen tweelingbroers over vof-vermogen

In deze civiele procedure tussen twee tweelingbroers over de verdeling van het vermogen van hun vennootschap onder firma heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een deskundige benoemd om de waarde van de betrokken percelen en opstallen vast te stellen. Dit volgt op een tussenarrest waarin het hof het noodzakelijk achtte om de waarde van de percelen en andere vermogensbestanddelen te bepalen.

Partijen konden zich uitlaten over de benoeming, waarbij één partij drie deskundigen wilde benoemen, maar het hof volstond met één deskundige vanwege diens deskundigheid, onafhankelijkheid en eerdere betrokkenheid. Het hof benadrukte het belang van voortgang en kostenbewaking. De deskundige moet het onderzoek zelfstandig uitvoeren, partijen in de gelegenheid stellen opmerkingen te maken en het onderzoek op basis van hoor en wederhoor inrichten.

De kosten van het deskundigenbericht worden begroot op €4.500 exclusief btw, wat het hof redelijk acht en als voorschot ten laste brengt van één partij, met uiteindelijke kostenverdeling tussen beiden. Tevens wordt een plaatsopneming door de raadsheer-commissaris en een mondelinge behandeling ter plaatse gepland om de situatie te bezichtigen en te bezien of een schikking mogelijk is.

Het deskundigenbericht moet binnen drie maanden na betaling van het voorschot worden ingediend. Partijen zijn verplicht volledige medewerking te verlenen en alle gevraagde informatie te verstrekken. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat het deskundigenbericht is uitgebracht.

Uitkomst: Het hof benoemt een deskundige voor waardebepaling van percelen en stelt procedurele voorwaarden en kostenverdeling vast.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.333.106
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 383369
arrest van 10 februari 2026
in de zaak van
[appellant]
die woont in [woonplaats]
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie
hierna: [broer A]
advocaat: mr. H.M. van Eerten
tegen
[geïntimeerde]
die woont in [woonplaats]
die ook hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie
hierna: [broer B]
advocaat: mr. A. van Weverwijk

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
Het procesverloop in hoger beroep vanaf het tussenarrest van 1 april 2025 blijkt uit:
  • een akte van [broer B] van 13 mei 2025
  • een akte van [broer A] van 13 mei 2025
  • een akte houdende aanvulling procesdossier tevens houdende overlegging producties van [broer B] van 6 oktober 2025.
1.2.
Op 6 oktober 2025 en 22 januari 2026 hebben regiegesprekken met de voorzitter van het hof en advocaten van partijen plaatsgevonden. Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.

2.De kern van de zaak

2.1.
Het gaat in deze procedure om een geschil tussen twee tweelingbroers over de verdeling van het vermogen van hun vennootschap onder firma (hierna de vof). Het hof heeft in het tussenarrest van 1 april 2025 overwogen dat het voor de verdeling van dit vermogen nodig is om de waarde van de percelen van de vof en de andere vermogensbestanddelen vast
te stellen en dat het hof het voornemen heeft om als deskundige te benoemen de heer ing. [naam1] MSc RT, die ook in de rechtbankprocedure een deskundigenbericht heeft uitgebracht (hierna: de deskundige).
2.2.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over die voorgenomen benoeming, de marges waarbinnen het loon van de deskundige mag of moet liggen, de verdere voorwaarden waaronder de opdracht aan de deskundige moet worden verstrekt alsmede over de aan de deskundige te stellen vragen.
2.3.
[broer A] heeft voorgesteld om drie deskundigen te benoemen, dat wil zeggen twee partijdeskundigen en [naam1] . Wat [broer B] betreft is geen reden voor benoeming van twee partijdeskundigen naast de deskundige. Naar het oordeel van het hof kan benoeming van [naam1] als enige deskundige volstaan omdat er geen reden is, en ook geen reden is aangevoerd, om te twijfelen aan zijn deskundigheid en onafhankelijkheid en hij bovendien de situatie ter plaatse al kent. Het hof neemt daarbij mede in overweging dat beide partijen hebben aangedrongen op voortgang en kostenbewaking in deze procedure.
2.4.
[broer A] heeft voorgesteld dat een door hem aangewezen partijdeskundige deelneemt aan het gesprek met de deskundige. Het hof ziet geen reden om de deskundige hierover te instrueren. De deskundige stelt zelfstandig het onderzoek in, hij moet bij de uitvoering van het onderzoek partijen in de gelegenheid stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen (art. 198 lid 2 Rv Pro (oud)), en hij moet de
Leidraad deskundige in civiele zakenvolgen, zoals in het dictum van dit arrest is opgenomen. Het hof gaat er daarbij vanuit dat de deskundige zijn onderzoek zal inrichten op dezelfde manier als hij zijn onderzoek tijdens de rechtbankprocedure heeft ingericht. Hiermee is gewaarborgd dat het deskundigenbericht op basis van hoor en wederhoor tot stand zal komen. Hiermee is ook gewaarborgd dat de verdere onderwerpen die [broer B] en [broer A] in hun aktes aan de orde hebben gesteld onder de aandacht van de deskundige kunnen worden gebracht. Partijen en desgewenst hun advocaten mogen bij het onderzoek aanwezig zijn.
2.5.
Advocaten hebben namens partijen tijdens het regiegesprek van 6 oktober 2025 met de raadsheer-commissaris van het hof gemeenschappelijk verzocht om deze procedure na indiening van het deskundigenbericht aan te houden voor beraad tussen partijen, om te bezien of zij op grond van dat bericht tot verdeling van het vermogen van de vof kunnen komen. Het hof zal te zijner tijd tot die aanhouding overgaan.
2.6.
Het hof wijst partijen er op dat zij alle medewerking moeten verlenen aan het onderzoek van de te benoemen deskundige. Dat betekent onder meer dat zij alle informatie en stukken die de deskundige verzoekt aan de deskundige zullen moeten verstrekken, waaronder begrepen informatie waarover zij beschikken over al dan niet aanwezige niet-agrarische meerwaarde van de percelen
.
2.7.
Zowel [broer A] als [broer B] heeft wat betreft de kostenbegroting voor het deskundigenbericht verwezen naar de kosten van de deskundige in eerste aanleg, namelijk € 3.750,-- excl. btw. De te benoemen deskundige heeft het hof medegedeeld dat hij zijn kosten begroot op € 4.500,- excl. btw. Hij heeft daarvoor aangevoerd dat het in deze hoger beroepsprocedure gaat om een bericht met fundamenteel andere uitgangspunten dan in de procedure voor de rechtbank, dat deze opdracht meer onderdelen voor de waardering omvat en dat de deskundige meer onderzoek moet doen naar de aanwezigheid en hoogte van eventuele niet-agrarische meerwaarde. Het hof acht deze schatting door de te benoemen deskundige niet onredelijk en ziet geen reden om hier van af te wijken. Het hof zal dit voorschot ten laste van [broer B] brengen, zoals door [broer B] gevraagd, met het oog op uiteindelijke veroordeling van beide partijen in die kosten, in die zin dat zij ieder de helft daarvan zullen moeten voldoen.
2.8.
Het hof zal naast de benoeming van de deskundige bepalen dat (gelijktijdig met de opname door deskundige van de percelen) een plaatsopneming door de raadsheer-commissaris, vergezeld van de griffier, zal plaatsvinden en aansluitend een mondelinge behandeling, met als doel om de situatie ter plaatse op te nemen, inlichtingen te verkrijgen en met partijen te onderzoeken of alsnog een oplossing (schikking) kan worden bereikt. Het proces-verbaal daarvan zal binnen twee maanden daarna aan partijen worden verstrekt.

3.De beslissing

De benoeming
3.1.
Het hof benoemt tot deskundige:
Ing. [naam1] MSc RT
werkzaam bij WLTM Coöperatie u.a.
Adres: Hoefweg 205 A
2665 LB Bleiswijk
om een onderzoek in te stellen en schriftelijk bericht uit te brengen over de waarde van de percelen met opstallen als omschreven in het deskundigenbericht van 11 januari 2023, op basis van de volgende, ten opzichte van dat deskundigenbericht deels herziene uitgangspunten:
  • de fruitopstanden, de uitbreiding van de bedrijfsloods en de woning van [broer A] worden in de waardebepaling opgenomen;
  • de mantelzorgwoning van moeder en de woning van [broer B] blijven buiten de waardebepaling;
  • de waardebepaling vindt plaats op basis van marktwaarde als omschreven in het deskundigenbericht van 11 januari 2023;
  • de percelen met opstallen worden gewaardeerd als geheel, niet als optelling van afzonderlijke delen;
  • als peildatum voor de waardebepaling geldt de datum van ondertekening van het deskundigenbericht;
  • de deskundige zal in zijn schriftelijk bericht twee alternatieve waarderingen uitbrengen, te weten één waarin als uitgangspunt geldt dat de woning van [broer A] de planologisch toegestane bedrijfswoning is en één waarin als uitgangspunt geldt dat de woning van [broer B] de planologisch toegestane bedrijfswoning is.
3.2.
Het hof stelt het voorschot van de deskundige vast op € 4.500,-- excl. btw.
Aanwijzingen voor de deskundige
3.3.
Pas als de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald, kan de deskundige met het onderzoek beginnen.
3.4.
De deskundige moet schriftelijk antwoorden op de hiervoor in onderdeel 3.1. geformuleerde vragen.
3.5.
Bij de uitvoering van het onderzoek moet de deskundige de
Leidraad deskundige in civiele zakenvolgen die is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
3.6.
Als de deskundige vragen heeft, kan hij die stellen aan mr. P.J. van der Korst, raadsheer-commissaris, te berichten via de rolgriffie.
3.7.
Het ondertekende deskundigenbericht moet binnen drie maanden na de in onderdeel 3.3. omschreven begindatum worden gestuurd aan de griffie van dit hof (postbus 9030, 6800 EM Arnhem).
Aanwijzingen voor partijen
3.8.
Het Landelijke Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal aan [broer B] een voorschotnota sturen van € 5.445,00 incl. btw. Dit voorschot moet binnen 4 weken na de datum op de factuur zijn betaald.
3.9.
[broer B] moet aan de deskundige een kopie van het dossier sturen. De griffier stuurt de deskundige een kopie van dit arrest.
3.10.
Partijen moeten de deskundige de inlichtingen geven waarom deze vraagt.
Plaatsopneming en mondelinge behandeling ter plaatse
3.11.
Het hof bepaalt daarnaast dat de raadsheer-commissaris, vergezeld van de griffier, op een nader te bepalen datum, te weten gelijktijdig met de opname door de deskundige van de percelen, de plaatselijke gesteldheid van de percelen gelegen aan [adres1] te [plaats1] zal opnemen en de daar aanwezige zaken zal bezichtigen in aanwezigheid van partijen, hun advocaten en de deskundige, en bepaalt dat aansluitend aan deze plaatsopneming een mondelinge behandeling zal plaatsvinden, waarbij partijen samen met hun advocaten zullen verschijnen voor de raadsheer-commissaris;
3.12.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.J. van der Korst, R.A. Dozy en W.H. van Boom en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
10 februari 2026.