Het hof is van oordeel dat sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van
[minderjarige1] , omdat er grote zorg is of zij zich binnen de thuissituatie voldoende veilig kan en mag
voelen en uiten. In de periode voorafgaand aan de uithuisplaatsing van de kinderen in maart
2025 waren er in dit verband al zorgen over het grote aantal camera’s dat de ouders hadden
opgehangen in hun woning, die na het incident begin maart zelfs in de slaapkamers van de
kinderen werden opgehangen. De ouders hebben ter zitting toegelicht wat hun
beweegredenen daarvoor zijn geweest, maar het hof is met de raad van oordeel dat daarmee
toen al een emotioneel onveilige situatie voor de kinderen is gecreëerd.
De gebeurtenissen die vanaf maart 2025 hebben plaatsgevonden hebben gezorgd voor nog meer onveiligheid en spanningen binnen de gezinssituatie. De vader heeft naar aanleiding van de beschuldigingen die [minderjarige2] heeft geuit rigoureuze beslissingen
genomen over [minderjarige2] . Hij zegt dat [minderjarige2] zijn dochter niet meer is, hij heeft haar onterfd en hij
wil niets meer met haar te maken hebben. Ter zitting heeft de vader gezegd dat hij [minderjarige2] niet
mist en dat hij het veel erger vindt dat zijn bedrijf als gevolg van de gebeurtenissen slecht
draait. De moeder staat daar anders in. Zij zegt dat zij nog steeds liefde en affectie voelt voor
[minderjarige2] en dat zij [minderjarige2] mist. De ouders respecteren volgens de moeder elkaars standpunt
hierin en de gebeurtenissen hebben geen druk gelegd op hun relatie.
Feit is echter dat [minderjarige1] op dit moment haar vader en haar zus niet meer in haar leven heeft.
Dat is voor haar een ingrijpende verandering. Zij lijkt daarbij weinig ruimte te hebben om de
emoties bij alles wat er speelt te verwerken. In dat verband speelt ook dat [minderjarige1] recent heeft
gehoord dat de vader niet haar biologische vader is en dat de vader er op advies van zijn
strafadvocaat voor kiest om op dit moment geen contact met [minderjarige1] te hebben. Dit terwijl
[minderjarige1] in het kindgesprek naar voren heeft gebracht dat zij de vader erg mist nu hij niet meer
thuis woont en hem graag wil zien.
Het hof is met de raad van oordeel dat de complexe gezinsdynamiek die is ontstaan veel
onzekerheid en onveiligheid voor [minderjarige1] met zich brengt. [minderjarige1] kan het gevoel krijgen dat
zij moet uitkijken om niet ‘buiten de lijntjes te kleuren’, omdat zij ziet dat dit vergaande
gevolgen kan hebben, zoals bij [minderjarige2] het geval is geweest. Het lijkt er volgens de raad op dat
[minderjarige1] er daarom ook voor kiest om hetzelfde standpunt in te nemen als haar vader, namelijk
dat zij geen contact meer wil met [minderjarige2] . Alles in aanmerking nemend is er naar het oordeel
van het hof voor [minderjarige1] op dit moment onvoldoende ruimte voor het ontwikkelen van haar
eigen identiteit en het tonen en verwerken van haar emoties, zodat sprake is van een ernstige
bedreiging in haar sociaal-emotionele ontwikkeling.