De moeder verzocht de rechtbank om de omgangsregeling met haar dochter, een minderjarige met een kwetsbare gezondheid, uit te breiden van begeleide omgang van anderhalf uur per drie weken naar onbegeleide omgang van vijf uur per drie weken. De rechtbank wees dit verzoek af vanwege de zorgbehoefte en vermoeidheid van het kind.
De moeder ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat de beslissing van de rechtbank bekrachtigde. Het hof overwoog dat de gezondheid van de minderjarige, die mogelijk een levertransplantatie nodig heeft en veel zorg vereist, het niet toelaat de omgangsregeling uit te breiden. Uitbreiding zou te belastend zijn en niet in het belang van het kind.
Het hof nam de motivering van de rechtbank over en wees het verzoek van de moeder af. Tevens besloot het hof geen aanvullend onderzoek door de raad voor de kinderbescherming te laten uitvoeren, omdat voldoende informatie beschikbaar was om een beslissing te nemen. De huidige omgangsregeling blijft gehandhaafd, met de mogelijkheid dat de gecertificeerde instelling in de toekomst een uitbreiding kan oppakken indien de gezondheid van het kind dit toelaat.