De vader is in eerste aanleg afgewezen in zijn verzoek tot een omgangsregeling met zijn minderjarige kind, over wie de moeder het gezag uitoefent. Tevens is een informatieregeling vastgesteld waarbij de moeder periodiek informatie en foto's aan de vader verstrekt.
In hoger beroep verzoekt de vader vernietiging van deze beschikking en vaststelling van een omgangsregeling, beginnend met statusvoorlichting en opbouwend naar regelmatige omgang na zijn invrijheidstelling. De moeder verzoekt afwijzing of niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Het hof oordeelt dat het verzoek om een dwangsom bij de informatieregeling ondanks een procesfout toch in behandeling wordt genomen. Het belang van het kind staat centraal, waarbij het hof erkent dat het kind een ontwikkelingsachterstand heeft en momenteel orthopedagogisch wordt begeleid. De vader is sinds oktober 2025 vrij en stabiel.
Het hof acht het in het belang van het kind dat de statusvoorlichting wordt hervat en beveelt de moeder aan dit in samenwerking met het Centrum voor Jeugd en Gezin te doen. Voor de omgangsregeling acht het hof zich onvoldoende voorgelicht en gelast een onderzoek door de raad voor de kinderbescherming om advies uit te brengen over de omgang en eventuele belemmeringen.
De zaak wordt aangehouden tot het rapport van de raad en verdere schriftelijke reacties van partijen, waarna het hof zal beslissen over de omgangsregeling.